Ins & outs. A field analysis of the performing arts in Flanders

Lees verder

Zeven vzw

Deze tekst wordt binnenkort geactualiseerd.

ZEVEN is de structuur rond theatermaakster Inne Goris. Na zeven jaar te hebben meegedraaid binnen de educatieve werking van het Brusselse jeugdtheater BRONKS, ging ze als dramaturge aan de slag bij Ultima Vez/Wim Vandekeybus. Hier kreeg ze een nieuwe kijk op het artistieke creatieproces en werkte voor Scratching the inner fields voor het eerst samen met een uitsluitend professionele ploeg.

Het eerste eigen project waarmee Inne Goris naar buiten trad, was de theatrale installatie Zeven. Deze productie van Bronks werd genomineerd voor de 1000watt-prijs 2001. Omdat ze niet meteen aansluiting vond bij bestaande theaterhuizen, besloot ze haar eigen structuur ZEVEN op te richten. Voor de presentatie en productie van haar werk, gaat Inne Goris samenwerkingsverbanden aan met huizen als BRONKS, de kunstencentra STUK (Leuven) en BUDA (Kortrijk) of de cultuurcentra Genk en De Warande (Turnhout).

Drie zusters, de eerste productie van de nieuwe vzw, ging in première tijdens het Bronksfestival 2003 en won dat jaar ook de gereputeerde 1000watt-prijs. Ook Pride & Prejudice, in 2004 gepresenteerd onder de vleugels van het Toneelhuis, kende veel bijval. Met de steun van het jeugdtheaterfestival Tweetakt maakte Inne Goris met zes jonge meisjes De Dood en Het Meisje/Het Meisje in 2005. Waar ZEVEN in het verleden vooral het jeugdtheatercircuit bespeelde, was La petite fille qui aimait trop les allumettes (2006) de eerste volwaardige voorstelling voor een volwassen publiek.

In het werk van ZEVEN staan een vijftal lijnen centraal: het werken vanuit een eigen persoonlijke noodzaak, het veelal vertrekken vanuit literair materiaal, het niet schuwen van de ‘lelijke' kanten van het menselijke bestaan, het op zoek gaan naar de lege plekken in de tekst om die te veruitwendigen in verschillende disciplines (dans, theater, beeldende kunst) en tenslotte het laten groeien van voorstellingen op basis van improvisaties.

Markante producties

Zeven (2001) is een theatrale installatie, opgetrokken uit zeven kamers en geïnspireerd voor zes sprookjes. Het publiek kon ronddwalen in een wereld van prinsessen in sprookjesjurken, maar werd evengoed geconfronteerd met wrede angsten, obsessies en verlangens. Zeven werd genomineerd voor de 1000watt-prijs 2001.

Voor Drie Zusters (2003) vormde de oerklassieker van Tsjechov de inspiratiebron voor nieuw tekstmateriaal van Bart Moeyaert en improvisties met de acteursploeg. Drie Zusters won de 1000watt-prijs als ‘meest indruk-latende voorstelling' van 2003.

Pride & Prejudice (2004) is een moderne adaptatie van Jane Austens gelijknamige boek. Voor deze voorstelling ging Inne Goris aan de slag met acht jongeren en twee professionele acteurs van Het Toneelhuis. Pride & Prejudice werd genomineerd voor de 1000watt-prijs 2004.

De Dood en het Meisje/Het Meisje (2005) is gebaseerd op het strijkkwartet Der Tod und Das Mädchen van Schubert en  Charo Calvo, met wie Goris regelmatig samenwerkt voor geluid/muziek/soundscapes, stond in voor de bewerking van Schuberts muziek.

La petite fille qui aimait trop les allumettes (2006) is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Canadese auteur, Gaétan Soucy. Een jong, wereldvreemd meisje, vertelt het verschrikkelijke verhaal van haar jeugd. Ook in deze voorstelling kiest ZEVEN voor het zintuiglijke, de sfeer op de scène, die niet illustratief maar associatief werkt. In een desolaat decor van Michiel Van Cauwelaert, tonen grote videoprojecties van Raf Deckers het verlangen van een eenzaam meisje. De muziek van Eavesdropper maakt de onderdompeling in dit universum compleet.

share