Ins & outs. A field analysis of the performing arts in Flanders

Lees verder

Vanity vzw

http://vti.be/nl/http/%252Fwww.mokum.be

Deze tekst wordt binnenkort geactualiseerd.

Vanity is de structuur rond danser en choreograaf Vincent Dunoyer, genoemd naar een danssolo uit 1999.

Dunoyer (°1962) begint na zijn hogere studies les te volgen in klassieke en hedendaags dans. In 1989 danst hij bij Philippe Decouflé in het kader van de vieringen rond tweehonderd jaar Frans Revolutie. Daarna trekt hij naar Brussel en sluit zich aan bij het gezelschap van Wim Vandekeybus. Vanaf 1990 is Dunoyer verbonden aan Rosas. Tot 1996 werkt hij mee aan vijf creaties en één film van Anne Teresa de Keersmaeker. In 1994 werkt hij voor het eerst samen met de Wooster Group en maakt voor een reeks voorstellingen deel uit van de cast van Fish Story. Sinds 1995 werkt hij als freelance danser. Hij ontmoet Steve Paxton en begin met hem aan een solo te werken, de eerste stap van een project dat uitgroeide tot de voorstelling Wooster Group/De Keersmaeker/Paxton, 3 solo's for Vincent Dunoyer. In 1999 maakte hij de dansinstallatie Etude#31 gebaseerd op de gelijknamige studie voor mechanische piano van de Mexicaanse componist Conlon Nancarrow en zijn laatste solo Vanity, gebaseerd op het werk ‘Deus ex Machina' van de Amerikaanse componist James Tenney. In 2001 creëert Dunoyer The Princess Project.

In 2001 wint Dunoyer de Mouson Award 2001 voor zijn persoonlijk werk. Ook werkt hij samen met choreografe Linda Gaudreau aan haar Document 2 en recent was hij naast Sarah Chase te gast in de productie Sarah, Vincent et moi van Raimund Hoghe. Dunoyer is als lesgever in Rosas-repertoire verbonden aan P.A.R.T.S. In 2003 creëert Dunoyer Solos for Others waarin hij de gewone logica van een voorstelling binnenstebuiten keert. Voor Cadavre Exquis (2005) vertrekt hij van de 33 foto's van Solos for Others en 33 choreografische frasen van evenveel eerstejaarsstudenten van P.A.R.T.S..

 

Markante producties

Vanity (1999) is een solo op muziek van James Tenney die live wordt uitgevoerd door Michael Weilacher en Alexandre Fostier. Dunoyer inspireerde zich op oude Vanitas-schilderijen maar ook op eigentijdse kunst. Zijn dansen wordt op het moment zelf op video geregistreerd en in het tweede deel van de voorstelling geprojecteerd: de dans blijkt meer dan de toeschouwer kon zien. Dunoyer stelt hier pertinente vragen over de blik van de Ander.

Solos for others (2003) onderzoekt de verhouding tussen fotografie en beweging. Achtereenvolgens imiteren Etienne Guilloteau en Marc Vanrunxt verschillende afbeeldingen. De verstilde poses worden verbonden tot een bewegend beeld. De frictie die ontstaat binnen de herhaling roept vragen op over de relatie tussen origineel en kopie.

Cadavre Exquis (2005) vertrekt van 33 foto's van Solos for Others en 33 choreografische frasen van evenveel eerstejaarsstudenten van P.A.R.T.S.. Het resultaat is een nieuwe solo die gebaseerd is op een werkwijze van de surrealisten: een taalspel waarbij de ene speler een woord op papier schrijft, het opvouwt en doorgeeft aan de volgende speler. Op die manier ontstaat een verrassende zinsconstructie.

Laatste update tekst nov. 2006

share