De KVS, voluit Koninklijke Vlaamse Schouwburg, kent een lange geschiedenis. Dit stadstheater is ontstaan in 1887 onder de bescherming van de toenmalige burgemeester Karel Buls. Het was het eerste Nederlandstalige theatergezelschap in (hoofdzakelijk Franstalig) Brussel. Opmerkelijk detail: bij de opening van het theater was Leopold II de eerste Belgische koning die een toespraak in het Nederlands hield. Sindsdien heeft de KVS zich geprofileerd als een ankerpunt van het Vlaamse theater voor de Vlamingen in Brussel.
Eind 1990 veranderde er heel wat voor de KVS. Onder leiding van de artistiek directeur Franz Marijnen begon men aan de renovatie van de negentiende-eeuwse schouwburg in de Lakensestraat. Het gezelschap verhuisde van het stadscentrum naar Molenbeek, een wijk met een in hoofdzaak allochtone bevolking. De KVS werd tijdelijk omgedoopt tot de KVS/Bottelarij, zo genoemd naar de brouwerij waar ze resideerden. Ondertussen nam Jan Goossens de artistieke leiding over.
Deze wissel heeft samen met de verhuis en het contact met de culturele diversiteit de visie van de KVS grondig veranderd: vandaag vormt Brussel in al zijn verschillende facetten de basis van de artistieke werking. Brussel is tegelijk hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa. De hamvraag voor de KVS is: Hoe kan die diversiteit op alle vlakken worden omgezet in een hedendaags, divers en breed artistiek project? Deze vraag werd ook meegenomen bij de verhuis naar een nieuw gebouw aan de Arduinkaai in 2005. In het voorjaar van 2006 kon na enkele vertragingen ook de vernieuwde schouwburg eindelijk weer in gebruik worden genomen.
De actieve deelname aan het hoofdstedelijk debat resulteerde ondermeer in de samensmelting met het Brusselse gezelschap Dito'Dito. Dit gezelschap onderscheidde zich door het doorbreken van de taalbarrières, het overbruggen van culturen en leeftijden. De voormalige leden, Guy Dermul, Nedjma Hadj, Willy Thomas en Mieke Verdin, zetten hun werk binnen en samen met de KVS verder.
De KVS heeft ook een engagement ten aanzien van jonge kunstenaars. Vanaf 2006 stappen drie theatermakers mee in het artistieke proces van de KVS: regisseur Raven Ruëll, bij de KVS gekend van Parasieten, Het leven en de werken van Leopold II, Roberto Zucco en De Kersentuin; Brussels theatermaker David Strosberg maakte Schitz en speelde mee in Zijden stad/Ville en Soie; regisseur, acteur en scenograaf Ruud Gielens werkte mee aan Gembloux en is ook een van de stuwende krachten achter het jonge gezelschap Union Suspecte en hun voorstelling De leeuw van Vlaanderen.
Samen met dramaturgen Hildegard De Vuyst en Ivo Kuyl, en artistiek leider Jan Goossens vormen al deze artiesten samen het KVS-gezelschap. Zij zetten de grote lijnen uit en bepalen wat er op de KVS-podia te zien is.
Vandaag beschikt het Brusselse stadstheater over drie speelplekken: De Bol is de gerestaureerde zaal van de schouwburg aan de Lakensestraat; De Top is een polyvalente ruimte net onder het glazen dak van de schouwburg, die onder meer dienst kan doen als debatruimte, voor het projecteren van films of het geven van feestjes; De Box is een black box met een wegneembare tribune en is ondergebracht in het volledig nieuwe gebouw aan de Arduinkaai.
Deze tekst dateert van 2006. Geen nieuwe informatie ontvangen.