Drie grote kaders bakenen een ruimte af met projectiedoeken. Een vierde kader is leeg en hangt op de plek van de vierde wand, voor het oog van het publiek. Er doorheen zien we een man en ondanks de luchtige opstelling - de kaders raken de vloer niet en de vierde wand is open - is het duidelijk dat hij niet weg kan. Minotaurus van Barre Weldaad gaat niet over opgesloten mannen in het algemeen, maar wel over één opgesloten man in het bijzonder: hij, half mens en half stier, zit volgens de Griekse mythe gevangen in een labyrint op het eiland Kreta. Zijn halfzus Ariadne is verliefd op Theseus, die speciaal naar Kreta gekomen is om de minotaurus te doden. Zij geeft hem een zwaard en een kluwen wol waarmee hij de terugweg uit het doolhof kan onthouden. Dat laatste is geen overbodige luxe, want de stiermens is in de ogen van de buitenwereld een moordlustig monster dat iedereen die het in zijn gangenstelsel tegenkomt, ombrengt.