Kunst verbroedert Vakman, Theater Artemis

Auteur: Anna van der Plas

Bij binnenkomst is een ruimte te zien met kale muren en een betonnen vloer. Een tribune verraadt de theatersetting, maar de speelvloer lijkt niet voorbereid op toeschouwers. Grote uitpuilende stellingkasten staan schijnbaar willekeurig aan een kant. Er leunen schilderijen tegen waarvan we alleen de achterkant zien. Een grijze vuilniscontainer is de blikvanger in het midden, samen met een oude zetel. Verder nog een etenstrolley met daarop vooral heel veel flessen wijn. Twee mannen - techniekers of acteurs? - lopen rond in de ruimte. Ze steken hier en daar een stekker in en schuiven met lampen op statief. Is het al begonnen? De voorstelling heeft vooralsnog vage grenzen.

Vakman is geen toneelstuk in de ouderwetse zin van het woord. Er zijn geen psychologisch uitgewerkte personages en er is geen ingeleefd spel, maar dat hoeft tegenwoordig geen belemmering te zijn. De grens tussen fictie en realiteit is dun geworden in de podiumkunsten: de persoonlijkheid van de acteurs staat steeds vaker mee op het toneel. Vakman ontstond vanuit een eerdere Vlaams-Nederlandse samenwerking bij Theater Artemis, het gezelschap uit 's-Hertogenbosch dat creëert voor kinderen en volwassenen. Regisseur Floor Huygen en acteur Bruno Vanden Broecke kennen elkaar van de voorstelling Pakman drie jaar geleden. Nu stelden ze een makersgroep samen met vrienden van beide zijden. Deze vrienden in het echte leven maakten een voorstelling over vriendschap. Deze kunstenaars wilden het over kunstenaarschap hebben. Vrij en anarchistisch, bedoeld voor alle leeftijden - maar misschien nog wel het meeste voor zichzelf.

Zelfspot

Acteur Stefaan Degand duikt plots vanachter de tribune op. Zijn verschijning is grotesk: een gepoederd gezicht, een ouderwets gebloemd colbertjasje, vettig achterovergekamd haar en een dunne sigaret tussen roodgestifte lippen. Zijn verwijfde stem benadrukt zijn uiterlijk: een ‘echte kunstenaar', schilder en uiteraard homoseksueel... Niet lang daarna maken ook twee anderen hun opwachting in het atelier: Bruno Vanden Broecke speelt een dichter. Hij komt met golfende passen op gebeend in louter witte kleding, zijn lange rosse haren gooit hij met een soepele hoofdknik in zijn nek. De Nederlandse acteur Bert Luppes verbeeldt weer een ander stereotype kunstenaar, die met een leren jack, Palestinasjaal en rond brilletje, en zonder blad voor de mond. Ook hij is schilder. Het zijn oude vrienden die elkaar na lange tijd weer ontmoeten op uitnodiging van een vierde vriend: Vakman. Hij is stervende en wil een laatste daad van kameraadschap stellen. Maar hij is er nog niet en de drie twijfelen aan zijn wens: zijn ze hier echt samen om, zoals gevraagd, elk hun slechtste werk te voorschijn te halen en het vervolgens te verbranden?

Wachtend op Vakman leren we de drie anderen kennen. Ze lijken eigenlijk in niets op elkaar, enkel de liefde voor de kunst verbindt hen, samen met herinneringen aan vroegere samenkomsten in ditzelfde atelier. Vakman is degene die hen samenhield. De spanning rond zijn persoon wordt zorgvuldig opgebouwd en doet ons verlangen naar de entree van deze aanbedene, deze kunstgod. Vakman is het enige personage met een naam - en wat voor één! Het suggereert van alles, bijvoorbeeld dat de drie anderen blijkbaar geen vakmannen zijn. Wat zou kunnen, want Vanden Broecke, Degand en Luppes zien er zo lachwekkend uit, dat hier duidelijk sprake is van persiflage. Hun uiterlijk en speelstijl zijn echter overdreven zonder dat het hinderlijk wordt.

Maar wie persifleren ze nu eigenlijk? Waar stopt de fictie en begint de zelfspot? Gezien het maakproces dat aan de voorstelling vooraf ging, waarbij (volgens de programmabrochure) vooral veel gepraat en geïmproviseerd is rond het thema ‘kunst', zal er veel in eigen boezem gekeken zijn. Vele serieuze gesprekken over het vak en de muze gingen wellicht vooraf aan deze komedie. Josse De Pauw schreef een tekst die als raamwerk voor de voorstelling diende. Verder haalde men inspiratie uit het werk van Karel Appel, Francis Bacon, Simon Vinkenoog, Ramses Shaffy en Sam Dillemans. Vanden Broecke en Degand hebben in ieder geval ervaring met deze manier van werken, waarbij er tot twee weken voor de première nog geen stappen op de speelvloer worden gezet. Positief daaraan is de ruimte om te denken, te praten en te improviseren. Een mogelijk nadeel is dat er geen tijd overblijft om de voorstelling in te bedden in een stevige dramaturgische structuur. In Vakman toont zich dat door het ontbreken van een uitspraak over wat de vier spelers/makers nu eigenlijk vinden van hun eigen statuut als kunstenaar. Met alle komisch talent en spelplezier fietsen ze er kunstig omheen.


Boerenknul

Het is het voordeel van kunstenaars die een voorstelling maken over kunstenaars: alle clichés kunnen ongegeneerd uit de kast. Dat is lekker om te doen, en leuk om naar te kijken. De overdrijving is daarbij ook een belangrijk kenmerk van de komedie, want overdrijving maakt het mogelijk te contrasteren met de werkelijkheid, of de ontnuchtering. In Vakman zijn twee van zulke omslagpunten ingebouwd. Het eerste werkt goed, het tweede minder.

Ontnuchterend omslagpunt nummer één: wanneer Vakman (Fabian Jansen) halverwege de voorstelling zijn opwachting maakt, blijkt de langverwachte Messias een gewone oer-Hollandse boerenknul te zijn met rode wangen en een jeansbroek. Het contrast is mooi. De echte kunstenaar is blijkbaar iemand zoals jij en ik, normaal. Kunst is een vak, een beroep als een ander. Met de omslag komt ook het inzicht. De emoties laaien hoog op bij het weerzien, zeker wanneer op bevel van Vakman inderdaad ieder zijn slechtste werk naar boven haalt en in de vlammen gooit. Hij dwingt zelfreflectie af bij zijn oude vrienden en confronteert hen met het feit dat kunst niet heilig of goddelijk is, en dat het soms kan mislukken. De drie narcistische vrienden hebben het er moeilijk mee, maar ondergaan de catharsis desalniettemin.

Intussen is er lichamelijk nog niets te zien van de naderende dood van Vakman, ook al is het bij alle aanwezigen in het atelier bekend. Toch hangt het in de lucht wanneer Vakman ze uitnodigt voor een gezamenlijke (laatste) maaltijd. Aan een lage tafel zit het viertal in kleermakerszit en buigt zich over een kommetje mie. De draderige massa in combinatie met eetstokjes leidt tot een hilarische scène waarbij duidelijk geïmproviseerd wordt. Acteur Luppes probeert met zijn eetstokjes de mie aaneen te breien, waardoor de tranen van het lachen over de wangen van acteur Jansen biggelen. Een acteur die uit zijn rol valt, is altijd extra genieten voor het publiek, want je voelt voor even de spanning die live theater met zich meebrengt. Wat als ze zich niet kunnen herpakken?

Het voorval leidt dan ook tot problemen bij het tweede ontnuchterende omslagpunt, dat geïnitieerd zou moeten worden door de eerste fysieke confrontatie met de nabije dood van Vakman. Vakman verslikt zich al lachend in zijn mie, maar stikt er vervolgens bijna in. De tranen van het lachen (van de acteurs) moeten in een split second plaatsmaken voor tranen van het huilen (van de personages). Hierna gaat de afwikkeling van de voorstelling op een drafje. Wat nog volgt is het afscheid van hun vriend, de ontkenning door de een en de liefdesverklaring van de ander. Maar de impact ontbreekt en het contrast is niet groot genoeg met de vrolijkheid van daarvoor. Het maakt dat de voorstelling niet echt beklijft, omdat het zogezegde ‘punt' niet wordt gemaakt.

Ondanks het spelplezier en het vakmanschap van de vier spelers mist de voorstelling scherpe keuzes in structuur en opbouw. Hier had Vakman wellicht een strengere regie- of dramaturgiehand kunnen gebruiken. Dit zegt overigens zo goed als zeker meer over de werkmethode, dan over de regisseur (Floor Huygen) en dramaturg (Peter Anthonissen). In alle vrijheid die de spelers gekregen en genomen hebben, zijn ze te veel bezig geweest met hun eigen onderzoek, in plaats van met het gezamenlijke eindproduct. Het geeft een berg energie op het toneel, enkele onvergetelijke scènes en niet te vergeten prachtige personages, maar geen uitgebalanceerde voorstelling. Niet dat Vakman net als het werk van de personages beter in de vlammen zou verdwijnen, want het is bij momenten bijzonder grappig en zeker goed gespeeld. Maar wat meer afstand tot de materie had de voorstelling vermoedelijk meer tot zijn recht kunnen laten komen.

Anna van der Plas

share