Alexander Nieuwenhuis, Teilo Troncy en Anne Van Balen vormen ter gelegenheid van het festival Bâtard in de Brusselse Beursschouwburg een nieuw collectief. Samen brengen ze een verrassende en uitdagende voorstelling, met de vrolijke en luisterrijke titel Tonelofoonmachinemagicalis. Terwijl het publiek de zaal binnenloopt en plaatsneemt op de tribune, zijn de drie performers al aanwezig op de scène. De vloer is helder wit en bezaaid met objecten, die op het eerste zicht lukraak, maar bij nader inzien toch nadrukkelijk een plaats kregen. Een aantal objecten zijn kleine constructies – bijvoorbeeld twee stukken hout aan elkaar bevestigd met daarover heen een rood doek gedrapeerd. Die constructies lijken op zich niets te betekenen en niets uit te drukken. Toch spreekt uit het geheel de mogelijke aanzet tot een verhaal. Al snel wordt echter duidelijk dat de spelers in de weer zijn de scène leeg te ruimen. Ze slaan daarbij geen acht op het publiek: ze ruimen op zoals ze dat zouden doen in hun eigen atelier, mocht er geen publiek aanwezig zijn. Ze geven elkaar aanwijzingen of vragen hulp: bij de één gaat het opruimen vlot, bij de ander al wat stunteliger. Al wat er, aan de hand van de voorwerpen, aan de toeschouwer als verhaal beloofd wordt bij het betreden van de zaal, moet onherroepelijk verdwijnen.