Een stuwende Hamlet voor jong en oud Hamlet, HETPALEIS

Auteur: Bram De Cock

‘Horatio, ik sterf, jij leeft!' Altijd tijd voor Shakespeare. Zo denkt HETPALEIS, zo juicht freelance regisseur Piet Arfeuille en dat moeten wij ook beamen, nu hun Hamlet uit 2005 opnieuw wordt opgevoerd. Samen met een solide en overtuigende groep spelers stelt Arfeuille een heldere, stuwende en actieve Hamlet voor die jong en oud kan bekoren. Dat is op zich een grote verdienste. Wie vreest dat een bewerking voor jongeren automatisch tot versimpeling en behaagzucht leidt, krijgt hier lik op stuk. Arfeuille biedt een subtiele interpretatie aan die recht doet aan het oorspronkelijke verhaal en op een originele manier een aantal eigen accenten legt. Arfeuille slaagt erin de Hamletfiguur te verjongen en te revitaliseren zonder te vervallen in verkleutering en banalisering.

Die verjongingskuur, van een personage dat in een indrukwekkende opvoeringsgeschiedenis al te veel stof had gevangen, stelt de ethische en politieke lessen van Shakespeare in een nieuw daglicht. Jongeren kunnen er troost uit putten; volwassenen kunnen met enige nostalgie en mededogen terugblikken op de puber in zichzelf en als het even mag, de hand in eigen boezem steken. Hoewel voor het jeugdige publiek de meest bevattelijke personages, te weten Hamlet en Ophelia, respectievelijk 19+ en 16+ zijn, legt HETPALEIS de leeftijdsgrens van zijn doelgroep lager, op 14+. Wie vermoedt dat daarom deze Hamlet de intentie heeft de tragische dimensie te vernauwen tot een puberale problematiek gaat voorbij aan de universele aantrekkingskracht van deze tragedie: zowel de problemen waarmee Hamlet kampt, als de manier waarop hij ze aanpakt zijn leeftijdsloos.

De kern van het Hamletverhaal is bekend: Hamlet kan zijn plicht niet nakomen om de moord op zijn vader, de Deense koning, te wreken en daarbij zijn moeder Gertrude te sparen. Hamlet komt te weten dat zijn vader werd vermoord door oom Claudius, die de macht overneemt en kort daarna zijn moeder huwt. Hamlet's aanvankelijke scepsis en gebrek aan moed om Claudius om te brengen betekenen finaal zijn ondergang en die van zijn hele entourage. Zijn geliefde Ophelia pleegt zelfmoord en zijn moeder wordt, door verraad van Claudius, vergiftigd. Hamlet stelt ons voor de vraag hoe bovenzinnelijke waarden als rechtschapenheid en oprechtheid met de kuiperijen en wreedheden van het leven te rijmen vallen. Onze levens worden beheerst door het streven naar het goede. Maar die plicht heeft een schaduwzijde. Dat dit streven ongewild het tegenovergestelde kan bewerkstelligen, is de essentie van het tragische - en bij uitbreiding van wat het betekent mens te zijn.

Het Hamletverhaal heeft de kracht om iedereen aan te spreken; dat is de grootste waarde van Shakespeares langste, meest filosofische en beroemdste stuk. Zowel Hamlets karakter als de omstandigheden waarin hij wordt geplaatst, getuigen van een schrikwekkend psychologisch en politiek realisme, dat moeiteloos naar vandaag kan worden getransponeerd. De verscheurdheid tussen rede en emotie, het inzicht in de waarheid dat het handelen verlamt, de destructieve mengeling van melancholie en waanzin; het zijn potentieel catastrofale gemoedstoestanden die herkenbaar zijn voor iedereen. Maar ook de politieke dimensie is universeel en tijdloos. Wanneer op het einde van het verhaal iedereen is afgeslacht, behalve Horatio - Hamlets vriend en toeverlaat - zal de Noorse prins Fortinbras de macht in het ontwrichte Denemarken overnemen. Die nieuwe toestand betekent slechts schijnbaar het herstel van de politieke orde. Op dit vlak biedt de tragedie ons het pessimistische inzicht dat niets fundamenteel verandert: corruptie, intriges en machtsusurpatie zijn van alle tijden.

Voor elke regisseur komt de uitdaging in de enscenering van een klassieker neer op het beantwoorden van de vraag naar de actualisering. Waarom teksten van vierhonderd jaar geleden vandaag nog opvoeren? Eigenlijk is dit in het licht van het voorgaande een beetje een schijnvraag, want de actualiteit van veel klassiekers zit in de tekst en de thematiek zelf, en niet noodzakelijk in de vertaling naar actuele toestanden die alleen voor ons vandaag herkenbaar zouden zijn. En toch hechten regisseurs daar veel waarde aan.

In Arfeuilles bewerking blijven de essentie en het verloop van het tragische verhaal overeind, ondanks het feit dat hij de tekst volledig herschreven heeft en oorspronkelijke scènes en personages heeft weggelaten of herschikt. Zo zijn bijvoorbeeld de namen van de personages en koninkrijken behouden, maar werden de historisch-politieke referenties in Shakespeares tekst geschrapt of lichtjes omgebogen naar hedendaagse toestanden uit de wereldpolitiek. Met een beetje verbeelding lees je in Claudius en diens raadgever Polonius, figuren als Bush en Rumsveld tegen de achtergrond van de oorlog om olie en geopolitieke belangen in Irak. Op zich is een dergelijke vorm van actualisering mooi meegenomen, maar geen voldoende voorwaarde voor een verregaande originaliteit. Het wordt pas spannend wanneer Arfeuille andere klemtonen op de oorspronkelijke tekst en thematiek legt. Dan duiken een paar nieuwe inzichten op.

Arfeuille kiest consequent voor de alledaagse spreektaal, waarbij Shakespeares lyrische taalvirtuositeit en subtiele afwisseling van proza en verzen verdwijnen ten bate van de duidelijkheid van het verhaal en de vaart in de actie. De taal is nu profaner: meer aandacht voor komische vulgariteiten, scheldtirades en seksueel getinte toespelingen. Hamlet staat in een wereld van seks, drugs en rock-‘n-roll. Dat decadente wereldje van feesten en slemppartijen wordt verder uitvergroot, met zelfs een heuse striptease van Rosenkrantz en Guildenstern, de kruiperige dienaren van Claudius die de bron van de waanzin van hun vriend Hamlet moeten achterhalen. Zij krijgen sowieso een grotere rol dan bij Shakespeare, waardoor het thema van verraad onder vrienden bij Arfeuille prominenter naar voor komt.

De onbezonnenheid, of liever, de romantisch geïnspireerde weltschmerz van Hamlet komt treffend naar voor in de verhoudingen van Hamlet tot zijn geliefde Ophelia en zijn ‘lieve maar verderfelijke' moeder Gertrude. Arfeuille blijft trouw aan de tekst, maar laat zijn acteurs een diepere generatiekloof slaan tussen jongeren en ouderen. Vader Polonius raadt Ophelia aan om Hamlet af te wijzen omdat hij van een hogere stand is. Bovendien gebruikt Polonius zijn dochter als list om te testen of Hamlets waanzin het gevolg is van haar afwijzing. Hamlet zal op zijn beurt Ophelia afwijzen met haar zelfmoord als gevolg. Ouders kunnen prille relaties tussen jongeren grondig dwarsbomen, denk je dan.

De verhouding van Hamlet tot zijn moeder heeft Arfeuille ook heel aangrijpend uitgewerkt. Het moederbeeld in Shakespeares tekst is dat van een oppervlakkige, sensuele en ontrouwe vrouw, waardoor Hamlet alle krediet krijgt om haar als een lichtekooi te behandelen. Arfeuille geeft evenwel in zijn tekst Gertrude een sterkere stem. In de bitsige conversatie tussen zoon en moeder, verdedigt ze zich tegenover zijn kwetsende verwijten als zou ze ontrouw en moreel verderfelijk zijn. Zij wil een nieuw leven en vooral baas in eigen lichaam zijn. Die discussie lijkt zo geplukt uit een moderne gezinssituatie waarin kinderen worstelen met het feit dat hun ouders hertrouwen na een scheiding of de dood van een partner.

In de oorspronkelijke tekst voert Shakespeare de geest van de overleden vader van Hamlet op. Die onthult hem dat Claudius de moordenaar is van zijn vader en dat hij wraak moet nemen, maar in zijn vergelding zijn moeder moet sparen. Arfeuille vervangt in zijn interpretatie de geest door een kind van vlees en bloed. De afgrondelijke waarheid krijgt hiermee een concreet en overtuigend gezicht. We geloven allemaal graag dat de waarheid af en toe uit een kindermond komt. Het nadeel van die keuze is dat een boeiend metafysisch element uit de oorspronkelijke tekst verdwijnt, waarvan de betekenis verschillende interpretaties toelaat. Hoewel de Elizabethanen in het bestaan van geesten geloofden en wij moderne mensen niet meer, kan de geest desalniettemin vandaag nog betekenis genereren, bijvoorbeeld als symbool voor de abstracte, ethische categorie van ‘het geweten' of ‘de plicht'.

In de bespiegelingen van een filosofischer Hamlet over de dood en de zin van zelfmoord, laat Arfeuille de bekendste oneliner van Shakespeare - ‘To be or not to be, that's the question' - heel helder weerklinken: leven of doodgaan dat is de vraag, maar zelfmoord lost niets op. Ook dat kan troostend werken voor jong en oud. Het thema van de zelfmoord krijgt overigens ook op het niveau van de raamvertelling extra aandacht. Horatio vertelt ons, bij wijze van proloog, dat hij ooit ook zelfmoord wou plegen, maar het niet heeft gedaan omdat hij, als enige overlevende van de tragedie, Hamlets relaas moest verder vertellen. Bij Shakespeare krijgt Horatio die opdracht toebedeeld op het einde van het verhaal. Arfeuille laat Horatio het stuk openen, afsluiten en enkele keren onderbreken, waarmee heel het stuk de status krijgt van een toneel-op-het-toneel. Zo versterkt Arfeuille de speelse verwijzingen in de tekst van Shakespeare naar het wezen van het toneel als spiegel van de wereld waarin iedereen zowel speler als toeschouwer is.

Horatio stelt dus, in de versie van Arfeuille, het totale handelingsverloop aan het publiek voor, net zoals Hamlet binnen het stuk de moord op zijn vader in een toneeltje laat opvoeren voor de ogen van de volledige hofhouding. Dat overbekende toneel-in-het-toneel heeft Arfeuille op originele wijze verzinnebeeld in de vorm van een animatiefilm, met de niet mis te verstane titel Royal Pigs, die op het speciaal daarvoor gekantelde speelvlak wordt geprojecteerd. Maar ook het visueel verbluffende eindbeeld getuigt van een verfrissende interpretatie. Na een uiterst geësthetiseerde en gestileerde degenscène, waarin het duel met degens en de intriges met vergif alleen in woorden en muziek worden gesuggereerd, gaan de doden één voor één af. Op het einde keren ze naakt terug, gespen ze zich vast op het speelvlak en worden ze door Horatio met toneelbloed overgoten. Wanneer het speelvlak dan een tweede keer kantelt wordt de waarheid van de bloedige tragedie als een levensecht schilderij voorgesteld. Als klap op de vuurpijl zien we door een intelligente animatietruuk hun lichamen loskomen en rondkruipen op het projectievlak. Alsof de zielen zich losmaken van de lichamen en gedoemd zijn om na de dood verder rond te spoken, elk op zijn of haar beurt gekweld door een knagend geweten. De geest van de overleden vader mag dan wel gematerialiseerd zijn in een kind, een beetje metafysica mocht toch niet ontbreken, moet Arfeuille gedacht hebben.

share