In de krochten van het onderbewuste The inner worlds / Le souterrain - Le château, Claude Schmitz

Auteur: Elke Van Campenhout

Le Souterrain. De kelders van het Kasteel. Het is er donker. De tijd bijt er in zijn eigen staart. Rond en rond en rond. Een meisje staat rechts achter. In een groene jurk. Ze trekt hem uit. Haar lichaam is tenger, blank, breekbaar, de borsten klein met opgerichte tepels. Ze gaat liggen. Achter haar een bos, nauwelijks waarneembaar. Links van haar een tafel, een koning, een Kaiser, een contract.

Le Château. Helverlicht. Palmstruiken. Kaiser opnieuw, ingegord in explosieven. De koning zonder land verliest zijn verstand. De Held verliest zijn huis. Zijn thuis. Zijn kindertijd.

The Inner Worlds van de Franse Brusselaar Claude Schmitz is een enigmatische voorstelling. Ze speelt zich af op twee plaatsen: het eerste deel, Le Souterrain, in de Hallen van Schaarbeek. Het tweede deel, Le Château, in Bozar. Tussen het eerste en het tweede deel moet de toeschouwer letterlijk een afstand afleggen. Van de donkere krochten van de verbeelding, waar de karakters uit het duister opduiken als personages uit een circulaire nachtmerrie, naar het helverlichte podium van de Ratio en de commercie, waar de Joodse koning eindelijk zijn land van melk en honing krijgt opgedrongen door een opgefokte Amerikaan. Het zo verhoopte Land achter het Bos blijkt niet meer dan een ordinaire immobiliën-deal. Een zakencontract dat de Held, eigenaar van het Kasteel, in een neerwaartse spiraal projecteert waar hij pas helemaal aan het eind gehavend uit zal terugkeren.

Het is quasi onmogelijk om het verhaal van The Inner Worlds te reconstrueren. Maar er zijn wel een aantal terugkerende personages in beide delen. Er is de Held, die in het Souterrain wanhopig probeert om orde op zaken te stellen, en een contract te vernietigen dat hem het leven onmogelijk zal maken. Er is het Meisje dat onverdroten telkens weer uit de kleren gaat, en in het bovengrondse leven niet langer in staat is te spreken. Er is Kaiser, die ooit geboren werd uit het dijbeen van een God, en zich als een bok te goed deed aan elk wezen dat zich aan zijn driften blootstelde. Koning en Alexander zijn op zoek naar een Beloofd Land. De Amerikaan walst over de andere personages heen als een bulldozer van efficiëntie en doelgerichtheid. Eén voor één komen de personages om, tot alleen de Held nog overblijft, op de sofa met een stilzwijgend Meisje, uitkijkend over het brandende Kasteel van zijn jeugd.

Je zou The Inner Worlds kunnen lezen als een psycho-analytisch sprookje. Doorheen de uiterst beeldende voorstelling duiken herinneringen op aan verhalen uit je kindertijd, aan je primaire angsten: voor het donker, om verloren te lopen. Wilde mythes over goddelijke monsters die je hoofd binnen dringen, en Meisjes monddood maken. Fantastische verhalen over een koning zonder land, en een Held met Drie Sleutels. De link tussen het Souterrain van de verbeelding, waar de Obsessies zich ophouden, die aan een onophoudelijke paardans bezig zijn, die hen geen uitweg biedt, en Le Château, waar alles strak geordend, rationeel verantwoord, en commercieel aantrekkelijk moet worden verpakt, is duidelijk. Bovendien is er in het Kasteel een gat in de muur geslagen, dat vermoedelijk rechtstreek toegang biedt tot de krochten van het onderbewuste. En in het tweede deel krijg je ook een aanwijzing dat de twee stukken zich tenminste gedeeltelijk tegelijkertijd afspelen. Het is aan de toeschouwer om hun samenhang te reconstrueren.

Maar een louter psycho-analytische lezing gaat voorbij aan de rijke beeldtaal en de dubbelzinnigheid van het verhaal dat je wordt verteld. De beelden die worden opgeroepen zijn, vooral in het eerste deel, zo poëtisch en multi-interpretabel, dat het verhaal dat je hieruit construeert mogelijk voor elke toeschouwer verschillend is. De dialogen en monologen zijn filosofisch en prikkelend, en spreken in hun herhaling over veel meer dan de obsessies van de Held. Misschien spreken ze wel over de Obsessies van hun tijd. Over een naakt, stom geslagen meisje, dat zich decoratief nestelt in de marge. Over het obsessieve schuldgevoel van Kaiser dat zich enkel kan ontladen met een kruisraket. Over de koningen zonder Land, die Helden uit hun thuis zetten. Misschien gaat The Inner Worlds wel over de Revolutie, over de ondergrondse, ongeregelde machten, die zich een weg banen naar boven, en de orde omver werpen. In één anarchistische geste. Misschien is dat ook de reden waarom ze er boven allemaal zo verloren bij lopen: op het moment dat het contract is getekend, de macht is overgedragen naar de Creaturen van de Kelder, lijkt niemand meer te weten waarom dat nu precies nodig was. En bovendien zijn ze op dat moment al verkocht aan het Amerikaanse bedrijf, dat zich dan ook comfortabel in de zetel nestelt, en Snickers uitdeelt. Het lijk van de revolutionaire martelaar Kaiser is ondertusen al tussen de decoratieve palmbomen weggestoken.

Het mooie aan The Inner Worlds is dat beide lezingen volkomen valabel zijn, en dat ze mekaar ook aanvullen en verrijken. Maar er zijn nog heel wat ander verhalen mogelijk. Of je kan inzoomen op de prachtige kleine beeldmonologen: het moment waarop de Held het Meisje probeert te beheersen, en geconfronteerd wordt met haar onbegrijpelijke schaterlach. Of het beeld van de Koning die zijn kroon uit een blok ijs kapt. Of het moment waarop Alexander het Jongetje vindt in het bos, dat eenzaam door zijn droom loopt op zoek naar zijn beer, die als fel gegeerde buit door de Obsessies wordt bemeesterd. Het verfrissende aan de theatertaal van Claude Schmitz is precies die veellagigheid. De durf om het publiek te confronteren met een mysterie, met een filosofische diepgang, waar maar weinig theatermakers zich vandaag nog aan durven wagen. Schmitz zet trefzeker een partituur neer van tekstfragmenten, attributen, beelden, en lijkt de theatermachine vakkundig te beheersen. Bovendien bezit hij een ritmisch, muzikaal aanvoelen, in de compositie van zijn theatertaal, die vandaag nog maar weinig op het podium is terug te vinden.

The Inner Worlds is in die zin een ambitieuze voorstelling: ze doet geen toegevingen aan een actuele vraagstelling, of een hedendaagse gevoeligheid voor een flirt met het reële en alledaagse. Schmitz pikt de interessante elementen uit het maniëristische Franse theater, plaatst deze speelstijl in een uiterst precies ontworpen scenografisch concept, is niet bang voor de zo gevreesde psychologische associaties, en evenmin voor een boude politieke stellingname. Zijn stijl draagt de handtekening van een intelligente maker, die zich verhoudt tot zijn geschiedenis, zowel van de kunst als van de wereld, en hierin intrigerende kruisverbindingen installeert. Zijn theater doet bij momenten denken aan het werk van Jan Lauwers in de jaren '90, in zijn beeldende en filosofische aspiraties. Maar tegelijkertijd heeft het ook duidelijk een eigen, unieke stempel, in zijn gevoeligheid voor een gedeeld cultureel bewustzijn dat onze beleving van de 'werkelijkheid' voortdurend kleurt en ondermijnt. In die zin funtioneert The Inner Worlds misschien eerder als het symptoom van een gedeelde verbeelding, als de drager van diepgewortelde fantasieën, als het icoon van onze steeds weerkerende obsessies. Zowel onder-als bovengronds.

share