Alle apen apen apen na In het bos / Dans les bois, KVS & Transquinquennal

Auteur: Bram De Cock

Voor In het bos/Dans les bois sloegen het Brusselse Franstalige theatergezelschap Transquinquennal en ex-leden van Dito Dito, nu KVS, sinds lang de handen nog eens in elkaar. Ze gaven Oriza Hirata (°1962) de opdracht om vanuit het verre Tokio een dramatekst te schrijven waarmee ze in de KVS aan de slag zouden kunnen. En de veelvuldig bekroonde Japanse toneelauteur, -regisseur en professor communicatiewetenschap mocht ook wel iets over Vlamingen en Walen zeggen, zo leert een dramaturgische noot. Het stuk maakt deel uit van een driedelige cyclus rond Hirata, opgezet in samenwerking met Théâtre Varia, waar eerder dit seizoen de Brusselse regisseur Xavier Lukomski de tekst Tokyo Notes van Hirata ensceneerde en waar Hirata zelf met zijn gezelschap zijn Nouvelles du plateau S opvoerde.

Hirata bedacht voor Tranquinquennal en de KVS zes personages, op basis van foto's van de acteurs die hij wekenlang in zijn portefeuille op zak had. De acteurs mochten hun eigen namen behouden. Als uitgangssituatie schetst hij vijf wetenschappers en een projectontwikkelaar die elkaar ontmoeten tijdens een koffiepauze in een observatiepost voor de studie van apen in de jungle van Congo. Mieke Verdin speelt een gepassioneerd gedragswetenschapper; Willy Thomas is haar stuurse echtgenoot en socio-taalkundige. De projectleider heet Miguel Decleire, een professor en biochemicus. Hun afgezonderd bestaan in de brousse wordt bovendien nog gedeeld met Bernard Breuse, een landbouwkundige die pompoenen genetisch wil manipuleren als oplossing voor de hongersnood in Afrika.

Operatie Neanderthaler

De plaats van handeling is een groot, open speelvlak met stoelen en een vergadertafel en twee haaks tegen elkaar gezette containers die uitpuilen van de planten. De keuze voor de containers is esthetisch doordacht: een originele driedimensionale vertaling van het tropische buitengevoel, gebaseerd op een omkering - de natuur wordt opgesloten binnen de containers, de ruimte erbuiten is het open speelvlak dat een binnen verbeeldt. Bovendien bieden de containers ook vluchtwegen naar de coulissen, als de acteurs af moeten. De klankband laat wat vogelgekwetter en het gekletter van een moessonbui weerklinken.

De eigenlijke missie van ‘operatie Neanderthaler' openbaart zich in de loop van de kennismakingsgesprekken tussen de aanwezigen: hoe kunnen we bonobo's laten ontwikkelen tot primitieve mensen? Hoe kunnen we een evolutie van vijftig miljoen jaar in vijftig jaar over doen? In het laboratorium?

Die vragen houden deze kleine groep blanken in de ban -een zwarte valt nergens te bespeuren, zelfs niet om de koffie te bedienen -  tot de rust van de vorsers wordt verstoord door de komst van twee buitenstaanders. Aan de ene kant een projectontwikkelaar met plannen voor de uitbouw van een soort safaripretpark voor toeristen; aan de andere kant een psycholoog die met een zeer persoonlijke motivatie naar het centrum is gekomen.

De vraag, hoe we met onze biologische voorgangers en bijna genetisch gelijken (slechts één procent verschil met de chimpansee) moeten omgaan, laat Hirata resoneren in discussies over toerisme, hongersnood en experimenten op dieren. Het is aan de toeschouwer om een standpunt in te nemen. Voor of tegen dierenrechten? Hoe zwaar mogen persoonlijke motieven doorwegen op de na te streven objectiviteit van de wetenschap? Dit complex van ideeën schept een kader waarin intellectueel en moreel gepeins kan gedijen, maar van onder het oppervlak laat Hirata individuele trauma's en spanningen opborrelen.

In stiltes, in de mimiek en de gestiek van de zes spelers schuilen de herkenbare, dagdagelijkse kleine en grote gebeurtenissen die een mensenleven tekenen. Zo horen we dat het koppel Thomas-Verdin ooit hun zevenjarige dochter verloor. Of dat Verdin in haar vorige job werd geschorst nadat ze een apin had verhinderd haar jong te vermoorden - iets wat bij die apensoort overigens normaal is. Met als gevolg dat de apen de kluts kwijt waren en hun vertrouwen in de wetenschappers verloren hadden. Bij Dermul blijkt een gelijkaardig trauma, wanneer hij beetje bij beetje de bedoelingen van zijn komst onthult. Hij moet de zorgen voor zijn vijfjarig autistisch zoontje dragen; over de afwezige moeder komen we niets te weten. Zijn missie wordt daardoor heel persoonlijk: hij wil apen autistisch maken om autisme bij mensen beter te kunnen begrijpen, want de wetenschap staat op dat vlak nog niet ver. Heeft hij daarmee een geldige reden om te experimenteren met de apen?

De projectontwikkelaar is nog het minst van al gecomplexeerd en over de professor-projectleider-bioloog weten we evenmin wat hij echt voelt of denkt. Zijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid en hang naar waarheid is allesoverheersend. Hij beantwoordt perfect aan het stereotiepe beeld van de strenge en wereldvreemde wetenschapper: bezorgd om zijn studieobject en de voortgang van het onderzoek, maar zonder vrouw.

Vlamingen en Walen

Het grootste deel van de dialogen tussen deze verschillende belanghebbenden is anekdotisch en leerrijk, haast pedagogisch. Spreekt de professor hier te veel door Hirata's pen? Dagdagelijkse praatjes tussen mensen die met hun werk bezig zijn, wisselen af met wetenschappelijke kennis over de genetische, sociale, seksuele en psychologische verschillen en gelijkenissen tussen apen en mensen. Hirata heeft de biologie en de antropologie goed bestudeerd. De acteurs spelen het allemaal heel overtuigend; de kabbelende vaart en toon van de tekst lijkt op het lijf geschreven van de zes spelers die elkaar ook zeer goed aanvoelen.

De spanning die Hirata in de tekst weet te leggen, volgt uit het onuitgesprokene, dat wat tussen de dialogen valt, in de stiltes. De vraag is dan hoe je dit speelt. Hoe lang duren de stiltes? Hoe hard moeten de acteurs zich proberen in te leven in de psychologie van de personages? En daar wringt het schoentje in deze opvoering. De tekst van Hirata lijkt om echt te raken, misschien om een andere speelstijl te vragen. Minder doorleefd, verpersoonlijkt en daarmee minder vermenselijkt. Het klinkt paradoxaal, maar omwille van het té natuurlijk te willen spelen - met daarbij een flinke dosis humor - mis je de vervreemding die de oppervlakkige verhaallijnen misschien nodig heeft om te werken. Want deze acteursregie legt, voor wat de opvoeringsgeschiedenis van Hirata als regisseur zelf betreft, de problematiek van de cultuurverschillen in spel en rolinterpretatie bloot en daar geraken we zelden uit. De regies van zijn hand en met zijn acteurs blijken volgens kenners voor een Japans publiek niet saai te zijn, maar vernieuwend en niet van humor gespeend. Humor is een serieuze barometer voor de staat van onbegrip, in dit geval als gevolg van het verschil in culturele achtergrond van de toeschouwer. En in geval van Dans les bois/In het bos, ook van de acteurs.

Het grootste probleem is evenwel de finale, waarin de farce het overneemt en de sfeer radicaal wordt gebroken, zonder aanwijsbaar nut of doel. Wanneer alle nodige informatie en discussiestof zijn uitgewisseld en alle spanningen en wederzijdse onbegrip zijn verdampt, volgt letterlijk donder en bliksem. Het teken voor een verzoenende opwelling tussen alle aanwezigen en de drang om samen op een berg naar het onweer te gaan kijken. Tot opeens Dermul en Thomas als apotheose letterlijk apen beginnen na te apen. Ze vlooien en krabben, slaan op hun borst, springen in het rond en botsen tegen elkaar op. ‘Mannen willen toch af en toe eens apen zijn', brult Thomas. Een idioot schouwspel dat niet zozeer vervreemdend, dan wel belachelijk overkomt.

Terug naar de Vlamingen en de Walen, want misschien was het de bedoeling om met dat flauw schouwspel een politieke metafoor af te vuren. In dramaturgische voorbeschouwingen leren we dat van in het begin de speciale culturele en politieke situatie van ons land mee de richting van het schrijfproces zou sturen. Maar dit weetje dat neigt naar een concept gebaseerd op een analogie tussen enerzijds, de verschillen tussen Vlamingen en Walen en anderzijds, de verschillen tussen mensen en primaten, valt na het zien van de voorstelling te verwaarlozen. Een sporadische, flauwe opmerking over Walen en Vlamingen daar gelaten, hield Hirata het op apen en mensen. En daar begint en houdt ook elke vergelijking op. Dat alle Vlamingen en Walen dan maar apen zijn? Wat de politieke dimensie betreft is het dus maar goed dat de intenties van de KVS er niet voldoende zijn uitgekomen. Ze waren vaag, maar beloofden niet veel goeds.

share