De Nederlandse schrijver en theatermaker Eric de Vroedt (ex-Tg Monk) is met mightysociety5 (‘powered by' Toneelgroep Amsterdam) halfweg zijn tiendelige cyclus over prangende maatschappelijke kwesties. Na spraakmakende delen over spindoctors en populisme, terreur en globalisering, werpt de Vroedt ons nu de vraag voor de voeten welke utopieën de jongeren vandaag in de ban houden.
Je zou de vraag ook anders kunnen formuleren: wat betekent het om jong te zijn in een geglobaliseerde, neoliberale wereld na mei '68, de implosie van het communisme en 9/11? Of voor een halfverstaander: gaat het goed of slecht met de jeugd van tegenwoordig? Geloven ze nog in iets hogers, in een ideologie, een betere wereld, een utopie? En zo ja, draait die rond henzelf of dient ze een hoger maatschappelijk belang? mightysociety5 is een levende installatie geworden waarin elf jonge Nederlandse acteurs-in-opleiding figureren. En wie lijkt beter geplaatst dan zij om de ambities, waarden, dromen en verlangens van hun leeftijdsgenoten op te meten? Ze creëren in de eerste plaats een sfeer die het broeierige, studentikoze kotleven oproept, wat door de scenografie wordt versterkt.
In de Gouden Zaal van de Beursschouwburg werden op de parterre acht vrijstaande kamers opgetrokken, netjes in twee rijen en gescheiden door een centraal gangpad dat naar het lege podium leidt. Het publiek mag vrij in en uit lopen. De toeschouwer bepaalt zelf de aanvangstijd, de duur en de volgorde van zijn of haar hoogstpersoonlijke voorstelling. In die kamers worden gelijktijdig verschillende, intieme stukjes opgevoerd. De term ‘huiskamerdrama' is hier wel passend. Maar deze opvoeringen worden ook regelmatig onderbroken door wat zich buiten in de gangen tussen de kamers en op het podium afspeelt. Met deze scenografie, die een scheiding installeert tussen een binnen en een buiten, verbeeldt De Vroedt treffend de problematiek van de verhouding tussen het individu (de jongere) en de gemeenschap (de groep van leeftijdsgenoten of peers).
Peace, unity and sex
In een eerste willekeurige kamer bieden twee jongeren een inkijk in hun wanhopige liefdesrelatie. Een huilerige monoloog van een hysterisch wicht gericht aan een houterige, zwijgzame jongen (een robot?) over de onmogelijkheid van de liefde. Verder een kamer in paars-oranje gloed die dampt van de wierook en op het nest van een teruggetrokken hippie lijkt, inclusief tapijten, kussens en een projectie van exotische reisdia's. De bewoner, die we in deze tijd een andersglobalist of esotericus zouden noemen, duikt even later op aan de deur van de kamer ernaast waar een meisje haar verdriet uitstort over hun op de klippen gelopen relatie.
Zij spuwt beklijvende monologen in een intercomsysteem dat door heel de ruimte weergalmt. Hij blijkt de vader te zijn van hun vroeggestorven baby. Bovendien brak hij kort daarop hun relatie af. Via bewakingscamera's kan zij hem buiten zien. De communicatie verloopt stroef. De tijdschriften en boeken over psychologie die in haar kamer rondslingeren, kunnen de wonde niet helen. In een wanhoopspoging wil ze met een overdosis pillen zelfmoord plegen, maar dat mislukt. Cynisch, want het brengt de hele groep even in opschudding terwijl daarvoor haar hulpkreten in dovemans oren vielen.
In een volgend tafereel zitten we op de bank bij een student, het type wereldvreemde computergek. Hij speelt een computerspel. We volgen de dodelijke tocht door woeste bergen en bossen van een first person shooter waarmee de gamer door het levensgrote scherm lijkt samen te vallen. De kerel is de waanzin nabij, leest tussendoor uit Nietzsche voor en switcht voortdurend naar de bewakingscamera die in een andere kamer het geflirt van zijn vriendin met een andere kerel registreert. In die andere kamer kreeg je een indruk van hun pogingen om een amateurseksfilmpje op te nemen. Hoogstwaarschijnlijk om op internet te zwieren.
Een andere flits toont een dronken meisje, uitgeteld op de grond. Een hitsige jongen wil op haar kruipen. Ze lijkt halfdood: teveel gezopen, geen seks. Het is onduidelijk welke daad ritueel moet worden beslecht, maar de kerel tekent haar contouren af met lege bierflesjes. Werd ze misschien verkracht in haar comateuze toestand en naderhand nog vermoord ook?
Het kantelmoment volgt wanneer een schot weerklinkt. Het meisje van de mislukte zelfmoordpoging is nu toch blijkbaar dood en ze wordt door de groep in processie naar het podium gedragen. Maar dan slaan de ernst en het verdriet om in een feest van blijde samenhorigheid. De voltallige groep neemt de aanwezige instrumenten ter hand en transformeert in een soort van hippiefolkbende die onder de imaginaire gloed van een afwezig kampvuur breed glimlachend en vol overtuiging de regels ‘Love hurts' zingt. Voor ex-'68-ers zal dit herkenbaar zijn, voor jongeren vandaag tovert De Vroedt aansluitend de scène om in een stroboscopische discotheek waarop de groep uiteenvalt in een choreografie van individualistische ravers en roeszoekers op happy pills. Enkele jonge toeschouwers hebben het onmiddellijk begrepen en gaan mee op in de extatische rondedans. Uiteindelijk zijgt de groep vermoeid neer en wordt een dionysische orgie ingezet die doet denken aan een gecensureerde versie van de collectieve neukpartij op het einde van de film Le Parfum. Peace, unity and love. And sex!
Bits en bytes
De voorstelling die zowat twee uur duurt wordt gedragen door een opmerkelijk grote spanningsboog. Ze komt traag op gang door het gelijktijdig ontwikkelen van de verschillende kamerstukjes. Ze vertonen weinig inhoudelijke samenhang, wat niet betekent dat het om geïsoleerde voorvalletjes gaat. De illusie van intimiteit wordt voortdurend verstoord door het lawaai, de alomtegenwoordige uziek en het geroezemoes van wat zich buiten afspeelt.
Het verlangen naar rust en privacy is een eerste utopie die de elf jonge Hollandse acteurs-in-opleiding doorprikken. Bovendien zijn bepaalde kamers in een netwerk van computers en camera's verbonden. De individuele en sociale ruimte van jongeren vandaag is een door computers en technologie gemedieerde omgeving, met enkele ontluisterende, dystopische gevolgen voor de sociale omgang. Dit is een eerste punt dat De Vroedt wil maken. De jongere van vandaag en morgen zakt weg in een isolement; hij of zij is neurotisch en sociaal onaangepast. De jongeren leven in ingekapselde sferen waarin zij heer en meester zijn; ze communiceren met de buitenwereld via bits en bytes.
De Vroedt laat zijn spelers dan ook de grimmigheid zien van het contact tussen hen onderling. Dat verloopt agressief, oppervlakkig, stuntelig, kwetsend. Waar sociologen vroeger over cocooning spraken, valt nu op dat de onverschilligheid en het microscopische perspectief op de samenleving niet het gevolg zijn van een zich lekker terugtrekken in de job en het familieleventje thuis, maar juist het ontbreken van een perspectief op een gelukkig, liefdevol leventje met z'n tweeën. In de paringsdans die typisch is voor die leeftijd, vallen vaak harde woorden, lijkt genegenheid ver te zoeken. Als er een thema is dat terugkomt in de verschillende stukjes, dan is het misschien wel de zoektocht naar de liefde. Maar die is, in het eerste deel, instrumenteel. Ze dient de lustbevrediging, het experiment, de roes.
Tussendoor en naar de de finale toe, toont De Vroedt ook enkele tedere kantjes. Momenten van vredigheid, genegenheid en gelukzaligheid steken de kop op. De Vroedt weet dat vooral in de groepsscènes op te roepen. Bewegingen vertragen en verstillen, de spelers omhelzen elkaar teder; dat levert mooie contrasten op met de vinnige voorgaande scènes. Het Love hurts-moment is er evenwel over, want ronduit melig. Het rave-moment gaat iets te ver in het willen slopen van de grenzen tussen speler en toeschouwer. Anderzijds werkt het enthousiasme aanstekelijk, het dwingt je als kijker om positie in te nemen. Doe je mee of niet? En kan je als buitenstaander de roes voelen die collectief wordt betracht, als je die afstand neemt? Maar juist dan neemt de verdovende en dus fysieke ervaring van de technomuziek in de clubscène het over. Maar om ook hier weer het dystopische cliché van de in zichzelf gekeerde dansers op pillen te counteren met de collectieve flirt- en vrijpartij die erop volgt. Het is onduidelijk wat de uitkomst is van al die paartjes voor één nacht; schaamte en plezier wisselen elkaar af. Net zoals in het echte leven. De ontdekking van seksualiteit en het smachten naar liefde en geluk blijven de grootste utopieën voor jongeren vandaag. Bij uitbreiding wellicht voor iedereen - jong en oud. En die universele dimensie maakt het geheel zeer verteerbaar, de balans ‘utopie' - ‘dystopie' lijkt in evenwicht.
Gaat het slecht met de jeugd? Ja en nee; zoals altijd met die gasten. We moeten wel opmerken dat De Vroedt - bewust of onbewust?- in zijn drang naar veralgemening een bepaald bevooroordeeld beeld van de Nederlandse jeugd uitdraagt. De geportretteerde jongens en meisjes vertegenwoordigen de kaste van de studerende jeugd, met eigen kamers, toegang tot internet, boeken en technologie. Materieel en financieel zonder zorgen; of met andere woorden: het profiel van de gemiddelde blanke middenklassenjongere.