Einde mei 2008 organiseerden IETM* en VTi een tweedaags seminarie over internationaal touren in de podiumkunsten in het kader van een IETM Satellite meeting in Brussel. 50 cultuurbeleidsmakers uit 27 verschillende Europese landen bogen zich over de resultaten van een rondvraag en gingen in discussie over de manier waarop hun overheden internationale samenwerking in de podiumkunsten ondersteunen. Presentaties zijn onderaan te downloaden.
Vraagstelling
Tijdens de laatste decennia heeft de internationale uitwisseling in de podiumkunsten een hoge vlucht genomen. Er zijn meer coproducties en meer netwerken. De mobiliteit van individuele kunstenaars is toegenomen. Politieke, technologische en economische ontwikkelingen maakten van Europa een schijnbaar vanzelfsprekende biotoop voor de productie en presentatie van podiumkunsten. Maar er zijn duidelijk een aantal onevenwichtigheden in dit transnationale podiumcircuit. Internationaal touren blijft arbeidsintensief en duur. Verschillende parameters hebben een invloed op de kansen voor producties om internationaal op tournee te gaan: het land van herkomst en bestemming, de artistieke discipline, de omvang van de productie, het symbolische en sociale kapitaal van de producenten en presentatoren... Internationaal touren lijkt meer vanzelfsprekend voor sommigen dan voor anderen.
Het seminarie 'Home & Away' had tot doel om in kaart te brengen hoe nationale overheden zich verhouden tot deze situatie. Hoe ondersteunen zij de internationale spreiding van de podiumproducties in Europa?
Speciale aandacht ging tijdens het seminarie uit naar aan a) algemene beleidsdoelstellingen en -motieven, b) de instrumenten die verschillende overheden inzetten om deze doelstellingen te realiseren en c) de opvolging en evaluatie van deze initiatieven door middel van dataverzamelingen en toegepast onderzoek. Deze kwesties maakten ook het voorwerp uit van een uitgebreide rondvraag waarmee we het seminarie voorbereidden. 24 respondenten vulden een uitgebreide vragenlijst in over de manier waarop de overheid in hun land deze kwesties aanpakken.
Programma
Het seminarie werd op gang geschoten met een inleidende sessie, met inbreng van Mary Ann DeVlieg (IETM, welkom en toelichting van de tweedaagse), Kristien De Coster (een blik op de internationale praktijk van Ultima Vez), Joris Janssens (VTi, toelichting van de tussentijdse resultaten van de rondvraag en inleiding op de verschillende workshops) en Andreas Wiesand (reflectie op de thematiek van internationale mobiliteit vanuit het onderzoek van het ERICarts Institute te Bonn).
Nadien volgden er drie workshops over deelaspecten: