Voorwoord Anna Tilroe bij het Cahier 'Over de nood aan een nieuwe vitaliteit in de kunstkritiek'

De kritiek is in zwaar weer. Ik zeg daarmee niets nieuws. Over de crisis in de kritiek is al veel gezegd en geschreven. Maar daarmee is de kwestie niet van de baan, want er is en blijft nood aan kritiek, werkelijke, dat wil zeggen onafhankelijke en substantiële kritiek. Daaronder versta ik kritiek die zich voor geen enkele kar laat spannen, geen promotiedoeleinden dient, onverschillig of het een krant, een instelling, een galerie, een kunstenaar of een bepaalde politieke of esthetische ideologie betreft. Een kritiek die met kennis van zaken spreekt: over ideeën, authenticiteit, geschiedenis, context en het talent waarmee dat wat gezegd wil worden tot uitdrukking wordt gebracht. Het gaat er niet om of een dergelijke kritiek er ooit geweest is, of zelfs maar mogelijk is. Wat telt is het streven ernaar. Waarom? Wat rechtvaardigt zoveel stelligheid? Want hoe nobel dit alles ook mag klinken, de kardinale vraag is of een dergelijke kritiek nog wel past bij het huidige zelfbeeld van de westerse cultuur. Dat biedt weinig plaats voor al wat riekt naar autoriteit, of dat nu de autoriteit van de politicus is, van de rechterlijke macht of van de expert in het algemeen. Wat in ons twittertijdperk meer dan ooit telt, is de mening van iedereen. En wel in zo weinig mogelijk tekens. Dat is ongetwijfeld de logische consequentie van de moderniteit en haar prachtige democratische credo dat de mondigheid en vrijheid van het individu boven alles stelt. Het is ook de consequentie van een economisch systeem dat alles vermarkt als een experience, in een vorm die beantwoordt aan de codes van wat Guy Debord zo woest heeft omschreven als ‘de spektakelcultuur. Maar juist die algehele vermarkting en codering legt het beginsel van mondigheid en vrijheid een conformistisch kader op dat zich uiteindelijk keert tegen alles wat zich daaraan onttrekt en nu als ‘elitair’ geldt. Juist daarin schuilt voor mij de rechtvaardiging van oppositie, of in ieder geval van kritische distantie. In de workshop die tot de hier volgende teksten heeft geleid, zijn vele vragen rond de positie van de kritiek in onze huidige cultuur gepasseerd. We hebben ons en petit comité zeer intensief gebogen over verschillende opvattingen van kritiek, over kritiek als specialisme of open territorium, als persoonlijke reflectie, theoretisch vertoog of iets daar tussenin. We discussieerden over profilering, expertise, context,morele bedding en publieksbereik. Het was slopend, want eenieder zag in de ander de wanhoop over het verdwijnen van de publieke podia en het isolement van de vakbladen, over het dedain van het veld en de erbarmelijke honorering, over de algehele commercialisering van de cultuur waarin aan kritiek een advertentiefunctie wordt opgedrongen. Maar het was ook stimulerend en opbouwend, want we zagen bij elkaar ook de koppigheid die nodig is om tegen de stroom in te vechten, de wil om anders dan de gebaande paden te denken, om nieuwe mogelijkheden, nieuwe media, nieuwe partners te zoeken. En bovenal zagen we middenop tafel, constant aanwezig, de passie, voortkomend uit het gevoel dat er iets verdedigd moet worden dat al die moeite waard is. Noem het voor mijn part beschaving. Ik dank BAM en VTi van harte voor hun constante geloof in de noodzaak van kritiek en voor de geweldige mogelijkheid die zij ons hebben geboden daarover fel in discussie te gaan.

Auteur: 
Anna Tilroe
share