Ins & outs. A field analysis of the performing arts in Flanders

Read more

Tra il dire e il fare c’è in mezzo il mare: Publiekstoneel doet aan publieksbedrog Zaterdag zondag maandag, Publiekstoneel

Author: Evelyne Coussens

In augustus 2008 ontstaat beroering in theaterland. Een zestigtal acteurs, met Carry Goossens, Koen De Bouw en Frank Aendenboom als vlaggendragers, uiten in een manifest hun ongenoegen over de onzekere werkgelegenheid van beroepsacteurs in Vlaanderen en de ‘ondersubsidiëring' van ‘repertoiretoneel voor een breed publiek': ‘Alle geld gaat naar zogezegd vernieuwend theater met zo weinig mogelijk acteurs op het podium en zo weinig mogelijk publiek in de zaal', klinkt het. Tussen het volkse, commerciële toneel en de gesubsidieerde theatersector vermoeden Goossens & co een groot, braakliggend middenveld, waarop een unserved audience schreeuwt om ‘goeie acteurs in goeie stukken'. Minister Anciaux, niet ongevoelig voor argumenten aangaande diversiteit en participatie, belooft de zaak ter harte te nemen.


Publiekstoneel

Als directe uitloper van het manifest (in tijd, intentioneel is de chronologie wellicht omgekeerd) houdt Music Hall-producent Geert Allaert op 19 november het Publiekstoneel boven de doopvont, een nieuw gezelschap dat beoogt ‘een zo groot en gevarieerd mogelijk publiek aan te boren met creaties waarbij publieksgerichtheid, creativiteit en artistieke integriteit hand in hand gaan'. Garant voor deze producties van ‘hoogstaande kwaliteit en klasse' staat artistiek leider en uitgeweken Vlaming Dirk Tanghe, die na twaalf jaar in Nederland terugkeert naar Vlaanderen. Wat subsidies betreft, stuurt de minister al een tijdje signalen uit dat de vette jaren voor de theatersector voorbij zijn. De projectenpot slinkt van 840.000 naar 695.000 euro, maar bij de bekendmaking van de eerste projectsubsidies blijkt dat Anciaux ondanks het negatieve advies van de commissie toch 165.000 euro veil heeft voor Publiekstoneel, een ‘impulssubsidie' die hij uit zijn participatiemiddelen put. Het nieuws komt er een week nadat de debuutproductie in première is gegaan. Nochtans had Anciaux in augustus nog hard to get gespeeld: ‘Ik ben de laatste die subsidies zal weigeren omdat een commissie zegt dat het te populair is. Maar het mogen ook niet altijd billenkletsers zijn.'


Zaterdag zondag maandag

De minster hoeft niet te vrezen. Zaterdag zondag maandag is géén billenkletser, daarvoor is de voorstelling simpelweg te ongrappig. Wat erger is: aan het criterium ‘publieksvriendelijkheid', door Anciaux zo streng gevraagd en door Allaert zo gretig beloofd, voldoet het debuut van Publiekstoneel al evenmin. Met andere woorden: nog los van de artistieke kwaliteit, maakt Zaterdag zondag maandag zijn belangrijkste bestaansreden niet waar, en in het spoor van dit publieksbedrog bengelt een resem aan gemiste kansen.


Kansen

De Vlaamse regisseur Dirk Tanghe onderscheidde zich in de jaren tachtig en negentig met succesvolle producties als Romeo en Julia (1988) en Wie is er bang voor Virginia Woolf (1994). In 1997 vertrok hij naar Nederland, in 2008 verliet hij het Utrechtse De Paardenkathedraal, waar hij elf jaar artistiek leider was geweest. Zijn regie van Verdi's La forza del destino, in de Brusselse Muntschouwburg, flopte.

Zaterdag zondag maandag regisseerde Tanghe twee jaar geleden al eens bij het amateurtheater in Torhout, waar hij zijn artistieke carrière begon. Sabato domenica lunedì (1959) van de Napolitaanse auteur Eduardo de Filippo (1900-1984), is op het eerste gezicht een typische zedenkomedie. De Filippo schetst hoe de familie Priore drie dagen lang op z'n kop staat doordat pater familias Don Peppino zijn vrouw verdenkt van ontrouw. De voor de hand liggende misverstanden en dubbelzinnigheden zijn gefundes fressen voor een vrolijke avond. Toch zit er een angel onder de komische anekdote. Niet voor niets betitelt De Filippo het stuk als een tragikomedie, en brengt hij de tekst onder in de eerder pessimistisch gestemde cyclus Cantata dei giorni dispari.

De Filippo schrijft zijn stuk in 1959, maar situeert het negen jaar eerder. Vanuit zijn voorkennis over wat op het moment van schrijven gaande is, kijkt hij naar wat achter hem ligt, en hij ziet een tijdsgewricht dat op springen staat. De huwelijkscrisis van de Priores en het feit dat de oertraditionele moeder des huizes zich niet langer kan verzoenen met haar nederige rol, zijn slechts enkele symptomen van een veranderende tijd. Tegelijkertijd wil de libertijnse dochter Giuliana de cinema in, rukt de modernisering op in het hoedenbedrijf, worstelen drie generaties met elkaar en is zelfs het huispersoneel niet meer zo gedienstig als vroeger. De emancipatie in al haar betekenissen wenkt. De Filippo trekt uit Sabato domenica lunedì de voor zijn tijd (en land) toch vrij revolutionaire conclusie dat niet het heilige huwelijk, maar enkel de liefde mensen werkelijk verbindt. Welkom in de sixties! Onder de anekdotische oppervlakte broeit met andere woorden wat een bitterzoete theaterversie zou kunnen zijn van La meglio gioventù. De context van het professionele theater en de grote scène bieden een ervaren regisseur als Tanghe alle kansen om die diepgang ten volle uit te spelen. Het draait anders uit.

Tanghe gebruikt noch zijn talent, noch de middelen die hem ter beschikking staan om Zaterdag zondag maandag uit te tillen boven het niveau van de oppervlakkige zedenkomedie. De potentiële diepgang van deze tijdskroniek wordt vakkundig onschadelijk gemaakt door alles in te zetten op de bovenste laag - de verwarring rond het overspel - en het geheel te overgieten met een kleffe saus nostalgie. Ach, die gezellige zondagen bij la mamma, toen de ragù nog smaakte zoals weleer, het huis volstroomde met een vrolijk gezelschap van buren en vrienden en moeder met vaste hand het personeel aanstuurde. Wel, dat die zondagen finaal tot het verleden behoren, dat er een nieuwe tijd zit aan te komen, dat is nu precies wat De Filippo probeert te vertellen. Deze misinterpretatie (of het miskennen ervan) maakt van Tanghes versie theater in een luchtbel, zonder enige connectie met de wereld. In de schaarse momenten waarop het huiselijk gekibbel stilvalt om plaats te maken voor introspectie, emotionele twijfel of naïeve toekomstdromen, ontdoet de regisseur de scènes van hun korrel door ze grotesk uit te vergroten. De acteurs bevriezen op de scène of gaan over in slow-motion, zodat enkel een flauw komische effect rest. ‘Repertoire in een nieuw, hedendaags jasje?' Va fancullo. 


Kansen bis

Wat had Zaterdag zondag maandag dan toch nog kunnen zijn? Een vrolijke avond voor een breed publiek - fair deal. Eén probleem: Zaterdag zondag maandag is zonder enig komisch talent op scène gezet. ‘Eduardo De Filippo's dialogen missen anno 2009 scherpte. Wat bedoeld is als vinnig, komt verrassend bitter over', schreef Marc Cloostermans in De Standaard. In het licht van wat hierboven gezegd werd, hoeft het tweede alvast niet te verwonderen. Maar Cloostermans' eerste bemerking is een misvatting. De Filippo's dialogen missen geen scherpte, Zaterdag zondag maandag mist een ferme regisseurshand met een kordate schaar. Met z'n drie uur vijftien minuten (pauze inbegrepen) is de productie meer dan avondvullend, en wie enkel de bovenste betekenislaag uitspeelt, krijgt het inderdaad moeilijk om die tijdsspanne te vullen. Het overspelverhaaltje wordt uitgerekt tot het flinterdun is en elke zweem van spankracht verdwenen is. Het gebruik van verschillende Vlaamse dialecten - type più cipolle, méér anjúúns - werkt slechts tien minuten op de lachspieren, daarna rijgen de dialogen zich aaneen tot één lange, vervelende familieruzie. Jongens toch, wat wordt er in dit stuk gezeikt, gezeverd en gezaagd, gemeierd en gemekkerd, gezeurd en gewurteld. Op een doorsnee trein- of busrit krijg je dit ook wel eens gratis op je bord, maar grappig is anders. Op een complexe psychologische karaktertekening zat niemand echt te wachten - in een blijspel zijn de personages meestal stereotiep (de verwende schoondochter, moeders zoontje, de franke dienster, tante nonneke), maar toch mist Tanghe ook hier kansen. 


Kansen tris

Laatste overgebleven criterium zou ‘vakmanschap' kunnen heten: het werken met kwalitatief materiaal, of het nu gaat om mensen of decorstukken. Op dat front valt er eindelijk iets positiefs te melden: de acteerprestaties van sommige acteurs zijn verre van slecht. Vooral het koppel Don Peppino-Donna Rosa (Martine Geerinckx en Bart Cafmeyer) speelt met vaart, en slaagt er in hun ultieme confrontatie zelfs in om even te ontroeren. Dat Werther Van der Sarren en Mitta Van der Maat over komisch talent beschikken was al langer geweten. Daarna zijn we helaas uitgezongen, willen we het niet hebben over de tenenkrullende prestaties van enkele minder begaafde BV's. Zaterdag zondag maandag is trouwens flink bevolkt: ‘meer dan veertig spelers op de scène' toetert de flyer (alsof dat een verdienste is) en in een interview met Geert Allaert zijn het er al meer dan vijftig. In de programmakrant prijken maar liefst zesenzestig fotootjes - een nominatie voor het Guiness Book of Records dringt zich nu écht op. Alleen stellen wij ons de indiscrete vraag of al dat glimlachende, zwijgende volk op scène ook betaald wordt en zo ja, of Geert Allaert dat geld niet beter had geïnvesteerd in, pakweg, een degelijke geluidsinstallatie. Van op de achtste rij kunnen wij namelijk maar met moeite de dialogen volgen, wat dat geeft op de dertigste rij laat zich raden. Niet erg publieksvriendelijk, met kaartjes die oplopen tot 33 euro. Maar lasciamo perdere.

O ja - dat Italiaans. Verteller Michiel Galle, die het verhaal zogezegd te boek stelt, heeft uitsluitend Italiaanse tekst. Inhoudelijk is die niet onbelangrijk, aangezien de personages erin worden aangekondigd en getypeerd, bovendien zijn de fragmenten vrij omvangrijk. Desondanks wordt geen boventiteling voorzien - alweer niet erg publieksvriendelijk. En ook al beschouwt Tanghe het Italiaans enkel als sfeerelement, dan nog blijft het jammer dat er zoveel haar staat op deze couleur locale. Of moeten we ook de taalfouten toeschrijven aan de slechte geluidsinstallatie?


Besluit

Publiekstoneel betoont in zijn eerste productie een totale minachting voor het publiek waar het nochtans prat op gaat: Zaterdag zondag maandag is niet enkel inhoudelijk maar ook technisch een aanfluiting van het hele theaterbedrijf. Dit ‘hilarisch Italiaans theaterfeest' stapelt gemiste kans bovenop gemiste kans: eentje voor Dirk Tanghe, om zijn gehavende artistieke blazoen op te poetsen, eentje voor Geert Allaert, om een serieuze medespeler te worden in het gesubsidieerde podiumkunstenlandschap, en tenslotte eentje voor minister Anciaux, om aan de ‘ascetische elite' te bewijzen dat theater voor een breed publiek ook kwalitatief hoogstaand kan zijn. Met Zaterdag zondag maandag maakt Publiekstoneel zijn missie niet waar. Dit is (een) totaal overbodig theater.

share

Notify me