Ins & outs. A field analysis of the performing arts in Flanders

Read more

Rouwen met kinderen Mijnheer Porselein, Studio Orka

Author: Anna van der Plas

Om te beginnen bij het einde: ik loop naar de uitgang, buk me om door de lage deur de buitenlucht in te stappen en sta oog in oog met Pé Porselein. Net als met iedereen wil hij ook met mij een ‘neuzeneusje' doen. Ietwat onwennig wrijf ik mijn neus tegen de zijne en mompel ‘bedankt'. Zo intiem ben ik nog nooit met een acteur geweest. Rondom mij wordt wat nagepraat over de voorstelling en de acteurs komen met iedereen een praatje maken. Jo Jochems, de vertolker van Mijnheer Porselein, vraagt mij of ik er gisteren ook niet was. Ik antwoord ontkennend, nog wat verlegen van het intieme onderonsje vlak daarvoor. Op hetzelfde moment draait Jochems zich om en roept met de nodige pathetiek ‘pas op!' tegen twee meisjes, terwijl hij naar het gras onder hun voeten wijst. Hij waarschuwt hen voor het platlopen van een insect in het gras, dat ze onmogelijk gezien kunnen hebben.

In afwachting van wat er eventueel nog gaat komen, bedenk ik me dat er inderdaad niet geapplaudisseerd is. Het verlaten van het kleine hutje waar we een uur lang te gast waren, was blijkbaar niet het einde van de voorstelling en de wereld van de familie Porselein vloeit over in de werkelijke wereld buiten. Het Gentse Studio Orka heeft met ‘Mijnheer Porselein' een uitdijend systeem van theatrale cirkels gecreëerd, waarvan de begrenzing van de laatste cirkel moeilijk te bepalen is. Het past in het curriculum, want het ontwerpersduo Philippe Van de Velde en Martine Decroos werkt naast commerciële opdrachten sinds enkele jaren in de cultuursector, waar het voorstellingen maakt binnen de schemerzone tussen verbeelding en realiteit. Een interactieve tentoonstelling bij Kopergietery groeide uit tot de locatievoorstelling Lava, een bodemonderzoek, waarin acteurs met cameraatjes ondergrondse kleine mensjes ontdekten. Het haalde vorig jaar de selectie van het Vlaamse Theaterfestival, net zoals Mijnheer Porselein dit jaar in Nederland.>

Brandnetelthee

Het samengaan van ontwerpen en theatermaken blijkt vooral uit de binnenste fictieve cirkel. Een iglo-achtige zelfgebouwde huisje staat in het plantsoen voor de Utrechtse Schouwburg en detoneert met zijn statige omgeving. Welkom in de dierenkliniek: een soort zelfgemaakte boomhut op de grond, opgebouwd uit resten hout en metaal en precies op maat van de kinderen die er door de zussen Porselein zijn uitgenodigd. Grote mensen mogen ook binnen, maar moeten bukken bij de deur en hun benen intrekken onder de lage bankjes. Kaat en Bie (Brenda Bertin en Katrien Pierlet), die hun broer Pé helpen bij de verzorging van de vele zieke dieren, laten hun gasten enthousiast plaatsnemen op een verzameling omgekeerde bloempotten. De andere helft van de kleine hut is ingericht als ziekenzaal annex operatieruimte, waar achter ieder deurtje, schuifje en gordijntje een (opgezet) diertje te zien is dat verzorging nodig heeft. De ruimte is zeer gedetailleerd ingericht en staat vol met kleine snuisterijen.

In deze wereld is het gemakkelijk om je mee te laten voeren op de bizarre energie van Pé, die zelfs de meest assertieve kindjes stil krijgt door ze halverwege een zin opeens tot stilte te sissen en enkele seconden met halfgesloten ogen over hun hoofden heen te staren. Ook is het niet moeilijk om je in te leven in de gezonde concurrentiestrijd tussen de twee zussen, die niet voor elkaar onder willen doen en vooral niet in aanwezigheid van zoveel publiek. Of we een kopje brandnetelthee willen? Of we even in het kooitje van de zieke eend willen kijken? Via een televisiescherm zijn we getuige van een ‘live' gesprek tussen de kliniek en het huis van vos en kip, die een slecht huwelijk hebben vanwege onoverkoombare levensvisies. De animatie op het scherm is één van de vormen waarmee de acteurs een andere wereld binnen de muren van het ziekenhuis brengen en daarmee de theatrale werkelijkheid uitbreiden tot buiten de zichtbare muren van het hutje. Op een ander moment horen we een hard getik op een raampje, veroorzaakt door een raaf die verslag komt uitbrengen van de toestand van haar man, een eekhoorn met een alcoholprobleem. Het vogeltje leeft natuurlijk niet echt, maar de manier waarop het de kliniek komt binnengevlogen spreekt tot de verbeelding en doet je zowaar voor heel even geloven in het bestaan van sprekende dieren.


Dag van de Post

Behalve de wereldvreemde en mensenschuwe familie Porselein is ook postbode Bruno (Dominique Van Malder) in het ziekenhuis aanwezig. Hij komt zijn hartsvriend Robbie ophalen, een kleine mol die altijd in de binnenzak van zijn hemd meegaat tijdens de postronde. In de zen-achtige omgeving van de kliniek vol kalmerende dierengeluiden is Bruno de ruwe bolster waar al snel een blanke pit in blijkt te schuilen. Eerst vult hij de ruimte met grote verhalen over het belang van de postbezorging, maar wanneer Robbie sterft, huilt hij tranen met tuiten in de Nijntje-zakdoek van een van de kinderen op de eerste rij. Het sterfgeval is vrij confronterend door de indrukwekkende reanimatiepoging en het realistische verdriet van de personages. Een meisje dat in mijn buurt zit, kruipt richting haar vriendinnetje. Haar plotselinge buikpijn zou wel eens een direct gevolg kunnen zijn van de voorgaande scène. De familie Porselein bekijkt de situatie echter vanuit een ander perspectief en relativeert de dood van Robbie door een begrafenisfeest voor te bereiden dat zal eindigen in een ter-hemel-bestelling. De organisatie hiervan en het uiteindelijke afscheid vormt de rode draad door de voorstelling en zorgt weer voor verschillende momenten waarop toneel en werkelijkheid in elkaar kunnen grijpen.

Na de eerste interventie via het tv-scherm uit een weliswaar fictieve buitenwereld, en een andere uit de echte wereld door een onechte raaf, wordt de grens tussen echt en niet-echt vanaf dat moment veel dwingender opgeheven. Een van de zusjes Porselein vraagt aan twee meisjes om samen bloemen te gaan plukken voor het afscheid van Robbie. Ze hebben er geen enkele moeite mee om het hutje te verlaten en de fictieve wereld waarin ze zich bevinden door te trekken naar het Utrechtse grasveld. Sterker nog, de achterblijvende leeftijdsgenootjes zijn zelfs wat jaloers dat zij niet mee mogen. Het buiten van de echte wereld wordt geïntegreerd in de buitenwereld van de voorstelling - net als aan het begin van de voorstelling. Want terwijl wij voor aanvang in het plantsoen stonden te wachten, kwam daar ineens een postbode aan gefietst. Hij vroeg ons of we wel wisten dat het vandaag de Dag van de Post was, en of we een yell wilden oefenen om dit te vieren. Vervolgens werden we uitgenodigd voor een fietstocht door Utrecht. Vlak voordat we op weg zouden gaan, kwamen Bie en Kaat uit het hutje om ons uit te nodigen in de kliniek. Voor wie het nog niet doorhad: de voorstelling was al tien minuten bezig. Waarom een buitendecor nabouwen in een theaterzaal als je de wereld buiten die theaterzaal ook tot je beschikking hebt, zo moet de redenering van Studio Orka zijn geweest.

Ruimtecapsule

Alles kan in ‘Mijnheer Porselein' geloofwaardig zijn, zolang het maar met voldoende overtuiging gebracht wordt. En dus gaan tegen het einde van de voorstelling, terwijl buiten bloemetjes worden geplukt, de voorbereidingen van de ter-hemel-bestelling gewoon door. Na de afscheidswoorden van postbode Bruno krijgt Robbie niet veel later een boeketje madeliefjes op zijn buik en gaat hij een ruimtecapsule binnen. De motor van de raket wordt gestart en via het tv-scherm zien wij de dode mol met om hem heen veel rook. Diezelfde rook dringt ook de dierenkliniek binnen, want de metershoge raket staat vlak achter een deur. Wanneer de raket opstijgt, registreren wij zijn vlucht en zien we Robbie langzaam tussen de sterren verdwijnen. Studio Orka is er in geslaagd een afscheidsfeest te organiseren dat je iedereen zou willen toewensen: ontroerend zonder al te veel zwaarte. Het tekent de voorstelling die verdriet laat afwisselen met andere en meer positieve emoties. Een bewuste keuze volgens actrice Bertin, omdat kinderen, anders dan volwassenen, rouwen in afgebakende periodes.

Zo komt het dat het emotionele afscheidsfeest niet eindigt in gewijde stilte, maar met suikerzoete brandnetelthee in kleurige glaasjes. We mogen de familie Porselein volgen naar buiten en krijgen het eerder vermeldde ‘neuzeneusje' in de deuropening als troostende afsluiter. Wie behoefte heeft mag een tekening of tekstje achterlaten in het afscheidsboek voor Robbie. Omdat ik in mijn eentje naar Mijnheer Porselein ben gekomen, houd ik het na het korte gesprekje met Jo Jochems/Pé Porselein al snel voor gezien. Ik voel me een verrader wanneer ik zo nonchalant mogelijk probeer weg te wandelen van het wonderlijke hutje op het keurige Hollandse plantsoen. Met elke stap loop ik iets verder de ene wereld uit en de andere weer in. Het duurt tot aan het einde van de straat tot de dagelijkse werkelijkheid me weer omarmt. Vanuit de verte zie ik nog de laatste restjes rook opstijgen. Ik besef dat ik van alle mensen rondom mij vermoedelijk de enige ben die weet dat het de rook is uit de raket waarmee Robbie de mol naar de sterren is geschoten. Wat een geluk.

share

Notify me