Zij is de dochter van de beruchte linkse advocaat Michel Graindorge. Als kind komt ze in een heuse mediastorm terecht wanneer haar vader in de gevangenis belandt wegens vermeende medeplichtigheid aan de ontsnapping van politieke gevangenen. Hij wordt in het geniep net over de Franse grens geboren en geadopteerd als hij enkele maanden oud is. Op zijn zestiende ontdekt hij per toeval de waarheid over zijn afkomst en besluit op zoek te gaan naar zijn moeder. In Rari Nantes vertrekken Cathérine Graindorge en Bernard Van Eeghem van hun eigen bewogen biografieën om het in meer algemene zin over 'origine' te hebben en de weerslag daarvan op de latere identiteit.
Heel eenvoudig, met behulp van een aantal dia's en videoprojecties brengen de twee verslag uit van het onderzoek dat ze voerden naar hun persoonlijke levensgeschiedenissen. Concreet hebben deze verhaallijnen nauwelijks iets met elkaar te maken, maar vormelijk haken ze ineen, doordat voortdurend van de ene geschiedenis op de andere wordt gesprongen en de acteurs niet hun eigen, maar elkaars verhaal vertellen. Wanneer Van Eeghem en Graindorge ergens halfweg de voorstelling met getuite lippen naar elkaar toebuigen en elkaar net niet kussen, verbeelden zij niet zozeer twee geliefden, als wel broer en zus. Over Rari Nantes ligt het spookachtig raamwerk van het kerngezin, met vader, moeder, broer en zus als polen.
De titel van hun voorstelling plukten ze uit de Aeneis van Vergilius, zo delen de twee acteurs ons bij aanvang zelf mee, en betekent: ‘hier en daar dobberend'. In grove trekken brengen ze het beroemde verhaal in herinnering. Na de verwoesting van Troje door de Grieken, zwerven de overlevenden rond op zee onder leiding van de held Aeneas. Na enkele jaren krijgen ze vaste voet aan wal in Italië, waar Aeneas' nakomelingen, Romulus en Remus, eeuwen later in een bocht van de Tiber Rome stichten. Op zee, onderweg van het ene tijdperk naar het andere, komt de vloot van Aeneas in een zware storm terecht en gaat een groot deel van de Trojaanse schatten verloren. Het antieke Rome dat van zijn Trojaanse wortels wordt afgesneden: het is een typerende metafoor voor deze voorstelling, waarin identiteit onlosmakelijk met gemis verbonden is. Een levensverhaal loopt niet netjes van a tot z, maar wordt uit 'hier en daar dobberende' fragmenten opgebouwd. Die kunnen tot talloze nieuwe interpretaties, nieuwe levensverhalen aanleiding geven. Dat was ook de teneur van Nil Nisi Bene uit 2004, dat samen met Rari Nantes een tweeluik vormt. Op de vlooienmarkt ontdekten Van Eeghem en Graindorge een valies vol vergeelde brieven, oude foto's en tekeningen. Geïntrigeerd besloten ze een voorstelling te maken waarin ze aan de hand van deze documenten de identiteit van de voormalige eigenares probeerden te reconstrueren. De mortuis nil nisi bene. Rari Nantes handelt over de oorsprong, Nil Nisi Bene sprak over de dood. Vanuit deze twee perspectieven werpt het tweeluik licht op het leven. Dat bestaat evenzeer uit afwezigheid, als uit aanwezigheid; net zo goed uit vergetelheid, als uit herinnering. Sommige vragen blijven voorgoed onbeantwoord.
Politieroman
Beide voorstellingen zijn niet enkel inhoudelijk, maar ook vormelijk erg verwant. Het duo maakt handig gebruik van enkele genreconventies van de detective of de politieroman, een kunstgreep die de levensverhalen een onpersoonlijker karakter geeft. Ondanks al het autobiografisch materiaal, biedt Rari Nantes gelukkig geen twee egodocumenten voor de prijs van één theatervoorstelling, of zelfmedelijden waar je als buitenstaander ongemakkelijk van wordt, zeker wanneer zo'n vod in een theaterzaal wordt uitgewrongen. Heel neutraal vertellen Van Eeghem en Graindorge fragmenten van elkaars biografie, als betroffen het hoofdstukjes uit een politierapport. Ze spreken niet met, maar over elkaar, niet in de tweede, maar in de derde persoon. Namen worden vervangen door hun initialen. Cathérine heeft het over 'B', Bernard over 'C'. Nog een cliché uit de politieroman steekt de kop op wanneer ze elk om beurt met knipperende ogen in het lichtvlak staan dat een lege dia op de achterwand werpt. De lamp die de onderzoekscommissaris tijdens een verhoor vlak in het gezicht van de verdachte richt, zet de machtsverhoudingen tussen beiden extra in de verf. In Rari Nantes staan geen verdachten, wel 'onderzoeksonderwerpen' op het podium. Het beeld werkt vooral in combinatie met de tweede geprojecteerde dia ernaast. Wanneer de volwassen Van Eeghem uitdrukkingsloos naast een foto van zichzelf als baby staat, terwijl Graindorge het schrijnende verhaal van zijn geboorte vertelt, wordt de grondvraag van de voorstelling nog eens op scherp gesteld: hoezeer bepaalt je afkomst je latere identiteit? In hoeverre werpt het verleden zijn slagschaduwen over het heden?
De vorm van de detective of politieroman voorziet Rari Nantes bovendien van een mooie spanningsboog. De twee narratieve draden zijn ware speurtochten die ons langs foto's, brieven, filmbeelden en ander vastgelegd gemis voeren - documenten die eerder refereren naar bewijsmateriaal uit stoffige politiearchieven, dan naar de intimiteit van een fotoalbum. C. gaat op zoek naar oude nieuwsbeelden van de betoging voor de vrijlating van haar vader. Daarin liep ze zelf als kind voorop en scandeerde ze uit volle borst: ‘Papa avec moi!' Wie was dat vreemde kind dat haar naam droeg? In welke mate heeft de heisa rond haar vader een invloed gehad op haar persoonlijkheid? Dat alles hoopt C. van het gezichtje af te lezen, maar in de archieven van de openbare omroep zijn de beelden onvindbaar. Ook de sporen van B. lopen stuk voor stuk dood. In de paperassen die hij op zijn zestiende in de geheime lade van zijn stiefouders ontdekt, staat de naam van zijn biologische moeder doorstreept. Wanneer hij na een lange calvarietocht uiteindelijk het telefoonnummer bemachtigt van zijn vermoedelijke moeder, weet de vrouw aan de andere kant van de lijn van niks. Ook zijn bezoek aan het Franse hospitaal waar hij geboren werd, levert bitter weinig op. Het geheugen laat de stokoude zuster Imelda in de steek. De vorm van de politieroman belooft een ontsluiering van het raadsel, een oplossing in de gedaante van een ontmaskering en een arrestatie. Dat is de verslavende kracht van het genre. In Rari Nantes wordt het genot en de opluchting dat een verhaal biedt als het - zelfs zonder happy end - netjes wordt afgerond, ons echter onthouden. Aan het eind van de zoektocht wachten geen antwoorden, maar onderweg stapelen de vragen zich wel op.
L'origine du monde
Herhaaldelijk worden de twee naast elkaar en door elkaar lopende speurtochten onderbroken door korte tussenspelen, in de vorm van een pantomime, een zangstukje of een videoprojectie. Die halen de zuigende vaart wat uit de voorstelling, alsof één adembenemende marathon verdeeld wordt in vele sprintjes. Maar evengoed kan zo'n tussenspel fungeren als een spiegeltekst, die het verhaal dat er omheen zit becommentarieert en openbreekt. Tweemaal duikt l'Origine du Monde op in de voorstelling, het beruchte schilderij van Courbet dat onbelemmerd zicht biedt op een vrouwelijk geslacht. Eerst krijgen we gewoon een projectie van het werk te zien, dat de vraag naar origine uit de autobiografische sfeer tilt naar een bijna archetypisch niveau. Iets later volgen meer prozaïsche beelden van het schilderij in zijn tentoonstellingscontext in het Musée d' Orsay. De uiteenlopende, vaak hilarische reacties van het museumpubliek - van fascinatie over ongemak tot spot of complete desinteresse - zijn stuk voor stuk mogelijke manieren waarop wij ons tot onze oorsprong kunnen verhouden. Het is een goed voorbeeld van de relativerende humor waarmee Van Eeghem en Graindorge hun 'zware' onderwerpen pareren. En eens te meer valt op in Rari Nantes hoe majestueus beelden kunnen zwijgen.
Jammer genoeg zit niet in elk intermezzo evenveel rek. Een videoprojectie van de reflectie van een huis in deinend water of de pantomime waarbij de twee acteurs achter elkaar staan en de letters van hun naam door elkaar heen spellen terwijl ze hun armen samen als vleugels bewegen, zijn louter illustratief en snoeren de voorstelling in. Laat net die uitleggerigheid de grootste kwaal zijn van Rari Nantes. Van Eeghem en Graindorge brengen transparant onderzoekstheater. Hun voorstelling is opgebouwd als een helder betoog met hier en daar herhalingen en verduidelijkingen. Heel eerlijk zetten ze uiteen waar hun titel op slaat of waarom ze bepaalde beelden gebruiken. Deze 'niets in de handen, niets in de mouwen'-aanpak wekt bewondering, want niet zelden verpakt een kunstenaar een mager beestje in intellectualismen, een misleidende monumentaliteit of andere versluieringen. Meer dan eens slaat de duidelijkheid echter om in eenduidigheid. Erg flauw bijvoorbeeld is het semi-luchtig gesprekje waarin Van Eeghem en Graindorge van gedachten wisselen over het begrip 'oorsprong'. Alsof de vragen die ze letterlijk aan elkaar stellen niet al uit de voorstelling naar voor kwamen. Op momenten als deze valt - het anders erg verdienstelijke - Rari Nantes wat pover uit.