Atropa. De wraak van de vrede is het derde deel van de ambitieuze Trilogie van de Macht - drie voorstellingen van Toneelhuisbestierder Guy Cassiers die een theatrale invalshoek bieden op de verhouding tussen macht, kunst en politiek. Elk van de delen vormt een originele creatie op basis van bestaande tekstbronnen en historische gebeurtenissen. Mefisto for ever werd geïnspireerd door Klaus Manns roman Mephisto (1936) over een theaterdirecteur die collaboreerde met het naziregime. Voor Wolfskers namen Cassiers en zijn team filmscripts van de Russische cineast Aleksandr Sokurov en diens scenarist Yuri Arabov over Hitler (Moloch, 1999), Lenin (Taurus, 2000) en Hirohito (The Sun, 2004) onder de loep. En Atropa, tenslotte, is een hedendaagse en erg vrije bewerking van een evergreen uit het klassieke repertoire: de Griekse tragedies over de Trojaanse oorlog.
Als sluitstuk van de trilogie bulkt Atropa van vakmanschap - of nee, beter nog: Cassiers en kompanen hebben met deze voorstelling de graad van meesterschap bereikt. De regie is puntgaaf, de enscenering strak en trefzeker, de ruisende gewaden waarin modeontwerper Tim Van Steenbergen de personages hult, vormen een lust voor het oog. Bovendien slagen de doorwinterde acteurs erin om de in alexandrische rijmen opgestelde tekst (!) uit hun monden te doen rollen zonder dat het gekunsteld overkomt.
Die bijzondere tekst is een literaire creatie van Tom Lanoye, daarbij zowel geïnspireerd door de Griekse tragedies van Aischylos en Euripides als door de Amerikaanse speeches van Rumsfeld en Bush. Op virtuoze wijze laat Lanoye eeuwenoude klassiekers en hedendaagse oorlogsretoriek in elkaar overvloeien. De thema's macht en politiek eisen een prominente plaats op in de tekst, maar over het derde topic, kunst, wordt met geen woord gerept. Toch is kunst in dit stuk overal aanwezig. Alleen al het feit dat Atropa een grote-zaalproductie is brengt meteen de beladen context van een Kunsttempel met zich mee. En de concentratie van artistiek vakmanschap uit verschillende disciplines maakt het stuk in de eerste plaats tot een esthetische ervaring. De vraag werpt zich dan ook op hoe de kunstzinnigheid van deze voorstelling zich verhoudt tot de politieke inhoud ervan.
Mannenmacht versus vrouwenleed
Het verhaal van de Trojaanse oorlog is welbekend. De Griekse schoonheid Helena is de Trojaanse prins Paris gevolgd naar Troje. Of dat nu uit liefde is - zoals het in Atropa wordt voorgesteld - of uit dwang, feit is dat de Grieken het verlies niet over hun kant laten gaan. Een militaire vloot, onder leiding van Agamemnon, ligt klaar voor de wraak. Maar niet voordat een offer de nodige wind afkoopt bij de goden. En dat offer is, jawel, Agamemnons bloedeigen dochter Ifigineia. Tot groot verdriet van haar moeder Klytaemnestra wordt de vurige adolescente alleen maar aangewakkerd door de goddelijke missie die haar individuele leven lijkt te overstijgen, en is zij meer dan dan bereid te sterven voor Vaderland en Eer. De Griekse heldin staat in deze Toneelhuisinterpretatie dus niet zo veraf van actuele extremisten, die zichzelf desnoods willen opblazen in dienst van hogere idealen.
Eens het jonge leven is ingeruild voor een gunstige wind en de vloot Troje heeft bereikt, zaait het Griekse leger daar dood en verderf. Ook hier treft het lijden moeders en dochters. Het zijn in deze productie uitsluitend vrouwen die gestalte geven aan de slachtoffers van het oorlogsgeweld. Vic De Wachter, die Agamemnon vertolkt, wordt omringd door een cast van ijzersterke actrices. Maar hoe minoritair de mannelijke aanwezigheid op de scène ook is, in het verhaal is hij degene die doorweegt op de loop der geschiedenis.
De klassieke tegenstelling tussen het persoonlijke en het politieke wordt als vanouds gekoppeld aan de tegenstelling tussen de geslachten. Daardoor voeren de vrouwen en de man in Atropa een parallel discours, ze praten naast elkaar zonder de ander met hun argumenten te kunnen raken. Het overvloedige vrouwenleed kan bij de toeschouwer wellicht de gevoelige snaar beroeren, maar voor de strateeg in Agamemnon is en blijft het quantité négligeable. Het is slechts randschade bij het bereiken van een hoger politiek doel: het ten gronde richten van de concurrerende macht. Het intiem-familiale perspectief van de vrouwen staat haaks op dat van staat en leger. Ondanks het kwantitatieve overwicht van de vrouwelijke stemmen in deze voorstelling en het feit dat de toeschouwer onvermijdelijk meer sympathie voelt voor de vrouwelijke slachtoffers dan voor de mannelijke dader, blijkt enkel het mannelijke betoog de politieke gang van zaken te sturen. Agamemnon verkondigt de moord op Ifigeneia en de oorlog met Troje als het onvermijdelijke noodlot van de Griekse natie, en zo geschiedt.
Toch zorgt een ongewoon vrouwelijk samenspel op het einde van de voorstelling alsnog voor een onverwachte wending in de plot. De eeuwenlange traditie schrijft voor dat Klytaemnestra haar man vermoordt bij zijn terugkeer uit Troje, waardoor de spiraal van geweld in stand wordt gehouden. Want deze daad kan uiteraard niet ongewroken blijven en zal door haar zoon Orestes worden vergolden in een moedermoord. In Atropa laat de Griekse vrouw zich echter door haar Trojaanse gendergenoten overtuigen om haar agressie en de bijl bot te vieren op zichzelf, nadat ze hen eerst één voor één heeft afgeslacht. In het laatste beeld zien we hoe Agamemnon moederziel alleen achterblijft op het slagveld van vrouwenlijken. Zijn verweesde stamelen in deze eindscène staat in schril contrast met de flinke toon die hij aansloeg waar het de oorlog tegen Troje betrof.
Barbarij versus beschaving
Het oorlogsdiscours dat Tom Lanoye in Agamemnons mond legt, lijkt wel een vertaling-in-verzen van een aantal toespraken door de Amerikaanse president George Bush en zijn minister van defensie Donald Rumsfeld. Het is ongetwijfeld een grote verdienste van Lanoye om deze hedendaagse vertogen en de Griekse dialogen zo vlotjes door elkaar te mixen. In Agamemnons woorden horen we de echo's van het hele scala argumenten waarmee Bush en Rumsfeld hun oorlogsbeleid na 9/11 legitimeerden. Van het populistische inspelen op de posttraumatische emoties van vernedering en rancune - 'Zij hebben ons iets aangedaan dat wij moeten wreken!' - over het openlijke beschrijven van het geopolitieke machtsspel in termen van strategieën die het eigenbelang dienen - 'Om onze gepriviligieerde positie in de wereld te kunnen handhaven moéten we elke andere macht breken!' - tot de ideologische rechtvaardiging die goochelt met woorden en waarden als 'democratie' en 'vrijheid', die 'zij' zouden ontberen en 'wij' hen kunnen geven. De dieperliggende angst voor de ander als bedreiging van het eigene maskeert zich graag en goed als heroïsche menslievenheid. Dixit Agamemnon:'Wij willen alleen onze manier van leven, onze principes, onze vrijheden en waarden redden van een manifest gevaar ... Pas zo [...] krijgt elke onderdrukte der Trojanen toegang tot onze normen, onze vrijheid, onze kennis.' Van de Griekse oudheid over de Nieuwe Tijd en de negentiende eeuw tot en met vandaag geeft de westerse wereld blijk van een hardnekkige drang tot kolonisatie. Wíj zijn immers geciviliseerd en mogen fier zijn op onze beschaving. Of meer nog: het is onze plicht die tot ver buiten onze eigen grenzen uit te dragen, zodat heel de mensheid kan meegenieten van onze verworvenheden en bevrijd kan worden uit de barbarij.
Iets dergelijks laten Cassiers en Lanoye door Agamemnon verkondigen, nadat hij in Troje een gigantische ravage heeft aangericht. Vervolgens wordt die ravage door drie 'barbaarse' slachtoffers ervan, Trojaanse vrouwen, beschreven in pure poëzie. De drie vrouwen staan vooraan op de scène, gericht naar het publiek, en vullen elkaar aan in een eindeloze aanklacht over hoe de Grieken hun stad hebben geknakt. Hun meerstemmige lamento klinkt verbitterd, gebroken, haast amechtig, maar ook wonderlijk mooi. Hun literaire trioloog vol opsommingen, alliteraties en assonanties, ritme en muzikaliteit vormt een indringende evocatie van de vernietigende kracht van de oorlog.
Het kunstige van deze scène ligt niet zomaar in de literaire stijlfiguren die de vrouwen declameren, maar vooral in de keuze om die fijnzinnige poëzie te laten opklinken aan de zijde van de Trojaanse 'barbaren', terwijl de geciviliseerde Grieken net als een woeste en allesvernietigende tornado door de stad zijn gejaagd. De referentie naar de actuele oorlogsvoering door een relatief jonge beschaving, die in zijn zogeheten strijd tegen de barbarij eeuwenoud wereldhistorisch erfgoed plat bombardeert (wie is hier de barbaar?), ligt voor de hand.
Het valt op dat de ronkende oorlogsretoriek van de Griekse Agamemnon prozaïsch en demagogisch is, op het platte af, terwijl de Trojaanse vrouwen polyfone poëzie weten te puren uit hun ongeluk. 'Ook mijn malheur heeft recht op maat en melodie. Gun minstens dat ons lijden nog welluidend is, waar al de rest getuigt van wrok en duisternis,' klinkt het uit hun monden. De ironische kloof tussen de 'beschaafde' Grieken die in de oorlog met een beestachtige bruutheid tekeergaan, en de 'barbaarse' Trojaanse vrouwen die zich van hun meest geraffineerde kant laten zien, weerspiegelt zich dus ook in stilistische contrasten. Vorm is inhoud, inhoud is vorm. De artistieke twee-eenheid is perfect. Haast té perfect...
Iets vergelijkbaars is er aan de hand met de scenografie. Cassiers en zijn vormgevers kozen consequent voor sobere, harmonieuze en symmetrische scènebeelden. Een verdedigbare keuze: tekst en spel komen hierdoor ten volle tot hun recht. Alles heeft zijn plaats op het podium en alles loopt zoals het lopen moet. Er is niets dat stoort. En misschien is dat het wel dat mij, achteraf bekeken, nogal stoort.
Wat is politiek denken in theater?
Cassiers' Triptiek van de Macht onderzoekt, zoals gezegd, de complexe verhoudingen tussen politiek, kunst en macht. Inhoudelijk slaagt Atropa erin een aantal fundamentele inzichten in de problematiek van de macht over te brengen. Vooral de ingenieuze tekstbewerking biedt een verhelderende kijk op wat er ook vandaag nog op het spel staat in bepaalde internationale conflicten en hoe die inzet wordt verpakt in propaganda.
Toch wil ik mijn lofzang op het theatrale meesterwerk van Cassiers en co eindigen met een kritische noot. Die betreft niet zozeer de inhoud, dan wel de hyperesthetische vorm van de voorstelling. Want die is op zichzelf misschien wel meer politiek geladen dan we op het eerste gezicht zouden denken, nog meer zelfs dan de gedachten die in de tekst worden verwoord. Om met denker-theatermaker Pieter De Buysser te spreken: 'Een werk is ethisch en politiek niet omwille van de proposities en de statements die het verkondigt, maar omwille van de organisatie van zijn tekens, van hoe het tekensysteem is georganiseerd.'[1] Het ethische en politieke standpunt van een voorstelling wordt, als we het vanuit deze invalshoek bekijken, bepaald door de vraag of de theatertekens - niet enkel de woorden maar ook de belichting, muziek, video, acteerprestaties, enzoverder - worden georganiseerd tot een open of gesloten systeem. In een gesloten systeem wijzen alle tekens in de richting van één betekenis en worden alle middelen, Gesamtkunstwerk-gewijs, ingezet in functie van één harmonieus geheel, één alomvattende ervaring. Om duidelijk te maken wat er dan wel politiek mag zijn aan die formele aanpak, kunnen we verwijzen naar een scène uit Mefisto for ever, het eerste deel van de Trilogie van de Macht. Hierin legt de fascistische Minister van Cultuur zijn visie op goed theater uit aan de hand van een vergelijking met militaire marsen. Erudiet declameert hij enkele welluidende zinnen uit de theatergeschiedenis en geeft hij vervolgens het ritme van die verzen aan alsof hij een parade van soldaten dirigeert: 'Pa-dàm pa-dàm pa-dàm pa-dàm'. De collectieve ervaring van orde, harmonie en cadans, dàt is wat mensen nodig hebben, aldus mijnheer de Minister. Zijn van elke inhoud ontdane ge-pa-dàm toont bij uitstek aan dat het politieke aspect van theater, en van kunst in het algemeen, niet enkel ligt in de uitgesproken stellingnames van de makers, maar evenzeer in hun vormelijke keuzes.
Op dat vlak wordt de politieke intentie van de makers van Atropa voor mij enigszins ondermijnd door de perfect gepolijste vorm van hun voorstelling. Het technisch indrukwekkende en visueel spectaculaire Atropa komt over als één groot radarwerk waarin elk element zijn noodzakelijke plaats heeft. Geen enkel scheurtje, barstje of hapering geeft de toeschouwer de suggestie dat het ook anders kan, dat er ruimte is voor verzet. Het blijft allemaal nogal 'daar', te bewonderen als een meesterlijk schilderij, een in zichzelf volmaakt geheel.
Zo is er bijvoorbeeld de scène waarin de boreling Astyanax van de toren wordt gegooid - alle smeekbedes van zijn moeder ten spijt - omdat hij als afstammeling van de Trojaanse held Hektor een potentieel gevaar zou vormen dat in de kiem moet worden gesmoord. Het moment van deze kindermoord wordt geënsceneerd door een gigantische videoprojectie met een sober, suggestief beeld: een babygezichtje in profiel met opengesperde mond, tegen een abstracte achtergrond die voorbijraast in een eindeloze val. Wat een vondst! Prachtig! Pakkend! De kindermoord als toppunt van esthetisch genot.
Atropa is een goedgemaakt stuk en zegt zinnige dingen over deze wereld. Op basis van oude en nieuwe teksten leveren Lanoye en Cassiers een intelligente politieke commentaar op vandaag, verpakt in poëzie en visuele pracht. Alleen is die kunstzinnige verpakking zo strak geconstrueerd dat de esthetiek niet strookt met de kritische intenties. De Triptiek van de macht vormt in elk geval een interessante toetssteen voor het adagium dat elk kunstwerk politiek is - niet alleen in wat het expliciet verkondigt, maar ook in de vorm waarin het dat doet.
Kristin Rogghe