Kijken naar de kreuken Naar Medeia, Zeven

Author: Wouter Hillaert

Voorstellingen van Inne Goris laten zich het beste bekijken in een verre stad, en alleen. Je moet er achteraf een tijdje in kunnen verwijlen, zoals in een warm lichaam waarvan alleen nog de afdruk in het kussen staat. Dat koesterende gemis roepen bij uitstek haar producties met oudere jongeren op. Vier jaar na het eeuwig mooie Pride & Prejudice maakt Naar Medeia zo mogelijk nog meer los. De bewegingsvoorstelling articuleert meerdere waarheden tegelijk, maar die laten zich enkel begrijpen ergens rond je hart.

Zeventien silhouetten tekenen zich af tegen een oplichtend, witperkamenten achterdoek. De donkere gedaantes, jongens en meisjes in trosjes van ongelijke grootte en getal, staren het aan. Rug naar het publiek, als voor een klassieke aporie. De kreukjes in het doek zijn plooien die zich nooit meer laten gladstrijken. Het mysterie heet Medeia, de kreuken zijn wat ze deed. Ze doodde haar kinderen. Haar ‘bloedeigen' kinderen, plegen we dan te schrijven. Maar in praktijk waren die telgen vooral de zijne. Die van haar echtgenoot, krijger Jason. Bij de Grieken dienden kinderen vooral de zaak van de mannelijke bloedlijn. Vrouwen hadden zich naar die patriarchale verwachting te schikken. Medeia daarentegen verzette zich, zo luidt de feministische versie van haar tragedie die in de jaren zestig opgang maakte. Zij was de eerste die met het mes tussen de tanden opkwam voor het vrouwelijke zelfbeschikkingsrecht, en wraak nam op een mandom dat enkel het eigen welbevinden nastreefde. Zoals wanneer Jason haar prompt opzijschoof voor de schone Glauke. Medeia diende hem van antwoord in de taal die hij het beste verstond. Ze ontnam hem zijn nageslacht. Precies door die compromisloze gewelddadigheid is ze op toneel eeuwenlang als een hysterische moeder of zelfs een feeks afgebeeld. Dat is de klassieke versie: Medeia als heks. Guerrillera of teef, wie zal het zeggen? Het enige wat je met zekerheid over Medeia kan stellen, is dat ze een leeg vlak is waarop vele regisseurs hun antwoord op haar onbegrijpelijke daad hebben bijgeschreven. Vaak monochroom, met de kleur van een ritueel extremisme. Maar de kreuken blijven.

Wat Inne Goris met haar tekstarme bewegingstheater in Naar Medeia doet, is geen nieuw antwoord formuleren, maar beter kijken naar het gebrokene in het wit. Die kleur hebben ook de lijfjes en jurkjes waarin haar spelers optreden. Er spreekt onschuld uit, onbevlektheid. Een uur lang zullen de spelers elkaar benaderen, elkaar besnuffelen of confronteren, en weer uiteendrijven naar andere eilandjes van intieme ontdekking of ruwe opstootjes. De meisjes zijn allen Medeia, de jongens Jason, soms verbeelden ze ook hun kinderen. Samen vormen ze een deinende zee, waarin allerlei golven tegelijk over en rond elkaar spoelen. Maar woelig wordt het zelden. Er hangt een spannende rust over de groep. Zo komen de acteurs bij aanvang ook van het doek los. Traag, achterwaarts, als om het mysterie beter in ogenschouw te kunnen nemen. Goris' werk is altijd al een vervoeging van kijken geweest. Er gebeurt zelden veel, of het gaat langzaam en in brede cirkels van herhaling. Het scherpt je blik.


Liefde breekt

Een meisje maakt zich los uit de trage terugtocht van de groep en gaat steeds dezelfde omtrekkende beweging maken, naar de pin van haar rondgang toe: een rijzige jongen. Ze botst tegen hem op, haakt even in hem vast en glijdt dan weer in haar eigen baan. Vooraan blikken het kleinste meisje en een veel oudere jongen de zaal in. Ze kijken totaal verschillend: één vragend, onderzoekend en toch allesbehalve naïef, de ander overtuigd, hengelend naar aandacht en instemming. Vrouw en man. Vrouw, man en kind. Op zulke grote tegenstellingen bouwt Naar Medeia. Wat kan ertussen bestaan?

'Ik ben van u,' zegt een intiem versterkte meisjesstem. 'Ik heb elke plek van uw lichaam verkend.' Richt Medeia zich tot Jason? Een troosteloze tienermeid tot haar ex-vriendje? Een moeder tot haar kind, of juist andersom? Alles blijft open, antwoorden zijn er niet. Alleen de kreuken. Tegen de tijd dat de cirkel van het rondlopende meisje totale kijkgewenning heeft gekweekt, trekt de jongen ineens ruw haar fladderende lijfje over het hoofd. Haar weke schaamte blikkert naakt in de spots. Jason scheurt zowel de veilige zachtheid op scène als het ijle klanktapijt van Eavesdroppers soundtrack open. Vanaf nu zal het knisperen, kortsluiten. Liefde is een breuk. En elke breuk een vorm van liefde.

Zoals That night follows day van Campo is Naar Medeia aangekondigd als een productie met jongeren voor volwassenen. Veel zal wel te maken hebben met de strijd van Zeven, Inne Goris' gezelschap, om eindelijk af te raken van die beknellende jeugdtheatersticker die op haar oeuvre kleeft. Maar ook op scène geldt een ander register dan in gemiddeld jeugdtheater, vooral dan in de straffe scènes die volgen op Jasons eerste agressie. Zijn ruwe daad wordt in een beweeglijke simultaniteit, nieuw in Goris' verkenning van het kijken, tienvoudig vermenigvuldigd. Klappen vallen, lijven gaan met elkaar in de clinch, vlees kletst tegen de grond, hoofden worden in felle houdgrepen neergebogen. Het is één verwarrende, en toch meticuleus uitgetekende vechtscheiding. Het verschil tussen een heftige omhelzing en een krampachtige afwijzing blijkt louter een kwestie van spierspanning. En precies die kunst onderscheidt boeiend theaterwerk met jongeren van geënsceneerde kinderoppas: het gaat om de geloofwaardige, bijna volwassen lijfelijkheid die in de lichamen op scène aangeboord kan worden. Goris bezit dat talent, net als Peter Seynaeve. Beiden spelen niet op de charmante onschuld van hun jonge acteurs (zoals vaak bij Campo of de Kopergietery), maar op hun bijna erotische wasdom. Die natuurlijke overtuigingskracht maakt de eigenlijke intimiteit én beklemming van Naar Medeia. De jongste spelers worden er net zo zeer in ondergedompeld. Als een baal vlees gaat het kleinere meisje over en weer tussen een Jason en een Medeia. Het kind van de rekening wordt hier gestompt en getrapt, elders hangt het te bengelen tussen twee elkaar aanvliegende lijven. In een onvervalste jeugdvoorstelling zou het alleen op scène staan, zonder ouders, en er al vertellend een ontluisterende fantasie van maken.


Ladies first

Hier krijgt in de eerste plaats Medeia een stem als vrouw, mama en eega. Niet alleen letterlijk, in die zin dat enkel een paar meisjes met microfoontjes de tekst leveren, en dus geen jongens. Maar ook in de woordeloze beelden verschijnt nergens de verzetsheldin, noch de heks. Medeia komt vooral zichzelf tegen. Terwijl een meisje precies zoals Glauke trillend uit de armen van een jongen glijdt (onder het vurige gif waarin Medeia haar jurk gedoopt zou hebben) staat de aanstichtster daar niet genotsvol op toe te zien. Integendeel, de actrice die Medeia de meeste woorden geeft, staart met afgekeerde rug in de vragende blik van een ander meisje. Slechts een spiegeldikte scheidt hen. Het is het tweede meisje dat nu in Medeia's microfoontje ademt: 'Ik was ooit van jou. Ik heb elke plek van jouw lichaam verkend.'

Medeia spreekt tegen zichzelf. The battle of the sexes blijkt in de diepte een zelfstrijd. Om de eigen integriteit. Tegen de onafwendbare grensoverschrijding die eruit zal voortvloeien. 'Dit is nog maar het begin. De echte pijn moet nog komen.' Als het zinderende geluid van krekels voor een onweer hangt de dreiging in de lucht. Het is het hele stemmenkoor van Medeia's ziel. Al haar strijdige gevoelens en twijfels worden beeldend verdeeld over de scène: hartstocht, haat, moederzorg, verleiding. De nuance is zeventienvoudig, en wordt parallel uitgespeeld. Zelden bracht bewegingstheater zoveel emotionele rijkdom in het geweer tegen vaste iconen. Alle spelers zijn intussen van witte naar donkere outfits gewisseld. Hun onschuld is mee omgekleed. De Medeia van Inne Goris heeft vele schakeringen, vele kreuken.

Ligt die grote nuance aan de jongeren op scène? Ik zou, op gevaar van weer categorieën in te voeren waar Naar Medeia ze afschaft, veeleer durven beweren dat het aan de vrouwelijke regie ligt. Net zoals Hanneke Paauwe in Krankheit Frau een complex verknoopt deken weet te maken van de algemene aanname dat vrouwen van nature meer naar krankzinnigheid neigen, slaagt ook Goris erin om de dingen te verdiepen, te ontgrenzen en te ontgrendelen. Ze spreekt eenduidige antwoorden niet tegen, maar schuift er gewoon voorbij. Van haar overtal op scène maakt ze handig gebruik om allerlei waarheden tegelijk te articuleren. De stugge, zwijgzame kracht van Jason, of de man tout court, blijft lang niet onontvankelijk voor schuld of geraaktheid. Op het eind hangt hij halfstok aan de vrouw, zonder een poot om op te staan. Medeia krijgt de sympathie, maar zeker niet alle gelijk. Als Inne Goris over de moordende moeder zelf al iets kwijt wil, dan wel dat ze niet aan te weinig, maar aan te veel liefde lijdt. Alles van wat je meent te zien en des te meer voelt, ontplooit zich uit details. Een hand die verkrampt naast een jurk, een blik die wegdraait, een zucht die versterkt wordt, een verschuiving in licht of muziek. De betekenissen worden niet op- maar opengelegd, en je begrip ervan toont zich het helderst ergens rond het hart. Dat is wat vrouwelijke regisseurs kunnen bijbrengen, durf ik opperen. Een algemene sfeer van onuitsprekelijke luciditeit over wat er tussen mensen kreukt, bekeken vanuit de vrouw, maar wel voorbij mannelijk en vrouwelijk. Menselijk is het woord. In Naar Medeia wil je na het laatste donker blijven verwijlen, voor je op de lange terugweg beseft dat je misschien wel de voorstelling van het jaar hebt gezien.

Wouter Hillaert

share

Naar een ontwikkelingsbeleid voor de podiumkunsten

Read more