Wat een mooie mythe vol symboliek: Icarus verzint een list om te ontsnappen aan het labyrint waar hij samen met zijn vader gevangen zit. Hij maakt vleugels waarmee ze hoog boven de onmogelijke muren uitvliegen. Dan volgt de consequentie, want Icarus vliegt te dicht bij de zon, de vleugels blijken niets meer waard, en hij stort te pletter in zee. Ieder mens dient de rangorde der natuur te respecteren: hoogmoed komt voor de val. Met de voorstelling Icarus brengt regisseur en scenarist Barbara Vandendriessche bij Barre Weldaad haar tweede deel van een drieluik. In 2007 maakte ze Minotaurus (over een monster in hetzelfde doolhof) en het derde deel Narcissus zal gaan over de gelijknamige jongeling die verliefd wordt op zijn eigen spiegelbeeld. Icarus stort als voorstelling zeker niet te pletter, maar is door het te eenduidige concept ook geen hoogvlieger.