‘Dat is wat ouders nu eenmaal doen: hun kinderen in hun dromen helpen geloven.' Lucas Van den Eynde laat het achteloos vallen, ergens tussen neus en lippen, en de zin haakt zich vast in mijn geheugen. Precies dat onmachtige, onmogelijke streven van een vader naar het geluk van zijn kind zal uit Gezongen Zeer het meest bijblijven. Wellicht was dat niet helemaal de bedoeling: Antigone-voorman Jos Verbist en auteur-regisseur Nico Boon lieten zich door het leven van outsider-muzikant Daniël Johnston in eerste instantie inspireren tot een verhaal over een psychotische jongen met een droom en over de helende kracht van muziek[1]. Een aantal radicale dramaturgische keuzes verschuiven het accent van Gezongen Zeer van een muzikale tragikomedie tot een gevoelige zoektocht naar de grenzen van de liefde, met als aarzelende, tastende gids een wondermooi spelende Lucas Van den Eynde. Dat noch de protagonist met zijn psychische problematiek, noch zijn passie voor muziek nog werkelijk mijn aandacht opeisen, vormt op zich geen probleem. Dat diezelfde radicale keuzes echter meteen ook het bloed uit dat drama halen, doet meer zeer.
Harry Van Overbeke (Dominique Van Malder) zit al tien jaar in een psychiatrische instelling. Twee verlangens beheersen zijn schizofrene geest: zijn liefde voor muziek en zijn passie voor een meisje van vroeger. Het ziet ernaar uit dat beide dromen in één klap zullen verwezenlijkt worden, want in de verzorgingsinstelling waar hij verblijft bereidt Harry een ‘comebackconcert' voor en zijn vader (Lucas Van den Eynde) heeft hem stellig beloofd dat ‘Johanna' daarop aanwezig zal zijn. Moeder Gerda (Tania Van der Sanden) heeft andere plannen: haar enige streven is om haar zoon zo snel mogelijk naar huis te krijgen. De voorstelling hapt één lange adem tot het moment suprême: het concert van Harry en de mogelijke hereniging met Johanna. Daarbinnen evolueren zowel de spanningen tussen het ouderpaar als die tussen Harry en zijn vader in crescendo.
Harry
De voorstelling start op het moment dat Gerda en Romain kibbelend aankomen bij de instelling, waar ze Harry's ex-bandlid Max (Thomas Bellinck) en verpleegster Sylvia (Sara De Smedt) ontmoeten. Het duurt relatief lang voor het publiek Harry zelf te zien krijgt, maar wanneer dat dan eindelijk gebeurt, wordt ons wachten beloond. De ‘one man band uit Nazareth' bevindt zich in een bolvormige, stalen kooi die hoog boven de scène uitsteekt, een rijdende radiostudio volgestouwd met instrumenten en opnamemateriaal. Met zijn stalen schip, ontworpen door decorbouwer Giovanni Vanhoenacker, bevaart dj Harry Van Overbeke de radiogolven van Radio Melancholie, ‘live vanuit de bosjes van Brussegem'. De constructie zet van meet af aan de fysieke en geestelijke isolatie van Harry in de verf. De kooi - met vage reminiscenties aan Hannibal Lecters exemplaar uit The Silence of the Lambs - is een geestelijke huis clos: Harry zit in z'n eigen hoofd, en daar blijft hij lekker zitten. We weten niet wat Harry drijft, hoe hij denkt, hoe hij functioneert. Het is een geslotenheid die Dominique Van Malder fenomenaal op scène zet, maar die ook grote dramaturgische consequenties heeft. Gezongen Zeer draait namelijk niet om Harry, kan niet om Harry draaien, want we krijgen niet de minste toegang tot zijn denk- en belevingswereld. De enige manier waarop we enigszins bij Harry in de buurt raken, is aan de hand van zijn verhouding met anderen die wél leesbaar zijn: alsof je alle puzzelstukjes legt behalve één, en zich dan als vanzelf de contouren aftekenen van dat ene, ongrijpbare stukje. Zo verschuift de focus automatisch van Harry naar de interactie tussen Harry en zijn omgeving: Max, Sylvia, Johanna, Harry's ouders.
Max en Sylvia
Met de schematische uitwerking van de personages Max en Sylvia laten Boon en Verbist kansen liggen om Gezongen Zeer thematisch breder te trekken en onze kijk op Harry te verdiepen. Vooral de verbitterde Max, die in een rolstoel letterlijk zijn gal zit te spekelen, had een sleutel kunnen aanreiken tot een beter begrip van Harry. Zijn handicap is het resultaat van een gewelddadige crisis van Harry tijdens een repetitie met hun toenmalige band. De idee dat een man die voor het leven werd verminkt, komt kijken naar het comebackconcert van zijn agressor toont en passant hoe slordig er met Max' eigen psychologie is omgesprongen. Jammerlijker nog is het feit dat precies Max, met zijn muzikale verleden, een thematische lijn had kunnen uitwerpen naar de kracht en de macht van muziek, die heelt of gek maakt - remember Daniel Johnston? Helaas wordt met de reductie van het personage tot een tragikomische bijrol het lijntje afgesneden, en is de kans op een meer complexe inkijk in Harry's persoonlijkheid verkeken.
Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor verpleegster Sylvia en het gegeven van de schizofrenie. Verbist en Boon maken van Sylvia een overtuigde fan, achtergrondzangeres en flying honeybee, en Sara De Smedt zet dit alles bijzonder vermakelijk neer, maar haar rol draagt in deze hoedanigheid niets bij tot het begrijpen van Harry, zijn situatie of zijn verhouding tot de wereld. Als verpleegster van de instelling waar Harry verblijft zou zij - indien door de makers gewenst - de geschikte spreekbuis geweest zijn om het te hebben over ziek en gezond zijn, zorg en betutteling. Indien gewenst, want uiteraard zijn de makers volkomen vrij in de thema's die zij al dan niet aansnijden. Alleen rijst nu de vraag waarom Harry überhaupt in een psychiatrische instelling verblijft. Het gegeven weegt beslist te zwaar om een ‘randomstandigheid' te zijn.
Hoe paradoxaal het ook mag klinken: net doordat Max en Sylvia niet genoeg gewicht in de schaal leggen, voelen ze aan als ballast. In mijn ogen is het kiezen of delen: aangezien Max en Sylvia geen volwaardige, dragende figuren zijn die de deur openen naar een grotere dramaturgische complexiteit, ware het misschien genadiger geweest hen te schrappen - met excuus aan de overigens zeer verdienstelijke acteurs.
Johanna
Dan is er nog de mysterieuze Johanna, die meer dan wat ook het object vormt van Harry's obsessieve verlangens. Het feit dat zij wél een prominente rol speelt in Gezongen Zeer, groter dan de nochtans fysiek aanwezige Max (lees: de muziek) en Sylvia (lees: de ziekte), is te danken aan het feit dat Harry's relatie met haar gemedieerd wordt door een andere, bijzonder sterk uitgewerkte band: die tussen Harry en zijn vader. Romain voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor de komst van Johanna: zijn zoon heeft hem een queeste opgedragen en hij heeft die met gretigheid aanvaard, in de hoop daardoor Harry's liefde te winnen. De relatie tussen Harry en zijn vader valt als het ware samen met de relatie tussen Harry en Johanna. Dat is een erg spannende constructie: Johanna's onafgebroken aanwezigheid in gedachte en gesprek drijft onze nieuwsgierigheid naar haar op tot ongekende hoogten. Onvermijdelijk nadert echter het moment dat beide personages zich moeten ontdubbelen en de fabuleuze Johanna ook reëel gestalte moet krijgen. Geen sinecure, om als auteur een adequate oplossing of als regisseur een treffend beeld te bedenken voor zoveel fantasma. Op het moment van de waarheid rijdt de voorstelling zich dan ook finaal vast in de verwachtingen die het voorgaande uur rond het personage werden opgebouwd. Gezongen Zeer zoekt de oplossing opnieuw in komische richting, en dat levert een elegante maar intellectueel totaal onbevredigende ontknoping op.
Ma en pa
‘Nog altijd samen met de draak?' informeert Max belangstellend, wanneer Romain aankomt bij de instelling. De verhouding Gerda-Romain wordt karikaturaal ingevuld, en naar mate hun verbale pingpongspelletjes sterker ontaarden in onversneden kolder, verzwakken ze de tragiek die onder de relatie schrijnt. Vooral de rol van Gerda vertoont stereotiepe trekken. Op haar cynisme staat geen maat: voortdurend beledigt en vernedert ze Romain, ze laat geen gelegenheid onbenut om hem haar afkeer voor hem te etaleren. Dat levert in eerste instantie spetterend vuurwerk op - Van der Sanden is een geboren comédienne -, maar on the long run maakt het haar personage ongeloofwaardig en steriel. Ik begrijp Gerda niet: waarom doet ze zo en hoe is ze zo geworden? Zelfs wanneer Romain in een zeldzame opwelling van tederheid zijn hart blootgeeft, rijt ze zijn kwetsbaarheid met enkele woorden aan stukken. ‘Alles moet altijd kapot', vat Romain vervolgens zijn vrouw samen, en de absolute negativiteit van haar personage vlakt Gerda af tot een flat character.
Hoe anders is de figuur van Romain. Lijkt hij bij het begin van Gezongen Zeer nog een ruggengraatloze sloef, als zachte was in handen van zijn vrouw, dan hervindt hij in de loop van het stuk zijn waardigheid in het verlangen om de droom van zijn zoon waar te maken. Daarvoor is hij bereid zelfs tegen de draak op te staan. Ergens in deze overjaarse zeventiger smeult nog het heilige vuur van de rock-'n-roll, getuige zijn tenenkrullende hipswings tijdens het concert van Harry. Romain doet zo hard z'n best dat het pijn doet aan de ogen. Zijn geforceerde vrolijkheid, zijn wanhopige leugens, zijn koortsachtige zoektocht naar Johanna en de kille verwijten van Harry, wanneer Johanna niet lijkt op te dagen: ‘Ik dacht echt dat je m'n vriend was, pa'. In tegenstelling tot zijn bijwijlen hysterisch krijsende tegenspeelster draagt de flegmatische vertolking van Lucas Van den Eynde een weemoedige droefheid in zich, die zelfs in de meest komische momenten doorschemert. Het is Romains krampachtige liefde die het meest naar de keel grijpt, omdat ze het meest vertelt over wat het is om vader te zijn, zoon te zijn.
Het doet je nadenken over de liefde en haar grenzen. Wanneer wordt liefde ziekelijk - of zit de ziekte misschien vanzelf in de liefde? Hoe ver kan ouderliefde reiken, wanneer neemt romantische liefde ongezonde proporties aan? Opnieuw word ik het meest geraakt door wat ik ken en kan begrijpen: niet Harry's obsessie voor Johanna, want die psychotische liefdesbeleving is mij vreemd, maar de ouderlijke liefde, die ik wel ken. Het comebackconcert betekent voor vader en zoon een kort moment van intens geluk en verbondenheid, maar een knal en een kortsluiting katapulteren Harry terug in het donker, waar het machteloos huilen is. Wanneer de rook om ieders hoofd is verdwenen, zijn we jaren verder in de tijd, ten huize van de familie Van Overbeke. De moeder heeft haar jongen mee naar huis genomen, de ouderdom heeft een zekere mildheid gebracht, de draak blaast minder fel. Een vertederend familieplaatje? Ik vind het een schokkend beeld: ik zie twee mensen die geconsumeerd zijn door de zorg voor hun kind. In ontelbare andere drama's moeten kinderen zich losscheuren van hun ouders om een eigen leven te veroveren. Hier is het omgekeerde aan de hand: deze ouders zijn hun leven kwijtgespeeld aan hun kind, de liefde heeft hen gegijzeld en gekluisterd. Liefde mag gaan tot op de huid, maar wanneer ze verder brandt en het leven opslokt, wordt ze nefast. De dromen van een ander waarmaken, is een tijdrovende bezigheid. Voor je het weet, ben je oud(er).