In tegenstelling tot het amateurtheatercircuit is het bij professionele podiumkunstenaars ongebruikelijk om een voorstelling te maken waarin vooral gelachen dient te worden. Een jaar of vijftien geleden stonden komedies nog regelmatig op het repertoire van gesubsidieerde gezelschappen, maar de laatste jaren verdwenen ze in snel tempo van de planken. Tot het afgelopen theaterseizoen,waarin opeens drie komedies werden gebracht door gezelschappen waarvan men het niet verwachtte. De Roovers speelde ‘Le dindon' en Theater Antigone pakte uit met ‘Feydeau!'. Ook SKaGeN ging de uitdaging aan en ‘Deurdedeurdeur' trok volle zalen. Deze rasechte deurenkomedie is een vreemde eend in de bijt van het gezelschap, dat doorgaans mikt op het meer serieuze genre. Zo speelde de groep hiervoor een drieluik over de mens en zijn omgeving, met als afsluiter ‘Winterkant', dat gebaseerd was op het sombere en cynische werk van Céline. Aan de komische tekst van Michael Frayn werd nagenoeg niets veranderd, de oorspronkelijke tekstgetrouwe vertaling ‘Stilte a.u.b.!' uit de jaren tachtig werden slechts gemoderniseerd.
Een theatergezelschap repeteert voor haar nieuwe voorstelling. Het is een seksueel getinte komedie waarin de clichés over elkaar heen tuimelen: de luie huishoudster wordt in het leegstaande buitenhuis van haar baas gestoord door de stoute makelaar met zijn blonde scharrel. Dan komen de baas en zijn vrouw onverwachts thuis uit Spanje, waar ze een nieuw leven hebben opgebouwd. Beide koppels weten niet van elkaars aanwezigheid en denken dat het landhuis een spookhuis is. Een inbreker zaait nog meer verwarring, maar wordt op het laatste moment bekeerd door de knappe blondine, die zijn dochter blijkt te zijn. Eind goed al goed, zou je denken, ware het niet dat de voorstelling één dag voor de première nog lang niet af is. En dat zorgt voor een zee van theatrale mogelijkheden.
‘Deurdedeurdeur' is een stuk in een stuk in een stuk. De acteurs van SKaGeN spelen een voorstelling over acteurs die spelen in een voorstelling. Wij zien vanuit de zaal de komedie zoals hierboven beschreven én krijgen een inkijkje achter de schermen van het fictieve gezelschap. In het eerste deel maken we de generale repetitie mee, in deel twee zien we letterlijk achter de schermen halverwege de speelperiode, om vervolgens in het laatste deel weer voor de schermen het einde van de tournee mee te maken, wanneer de spelers elkaar niet meer kunnen luchten of zien. Door de dubbele laag in de voorstelling leren we niet alleen over de wetten van het toneel - wat gebeurt er eigenlijk tijdens een repetitieproces, of in de coulissen - ook kunnen we ongegeneerd kennismaken met de levens van de theatermensen. Alle vooroordelen over artiesten komen aan bod: geheime romances, overmatig alcoholgebruik en een strikte onderlinge hiërarchie. Maar eigenlijk mogen we hier natuurlijk niets van merken, want the show must go on.
Tijdens het eerste deel wordt de repetitie regelmatig stilgelegd door de onzekere actrice die de rol van het sexy blondje speelt (Charlotte Vandermeersch). Ze zoekt psychologische motivatie om invulling te geven aan haar personage en hoopt op steun van haar regisseur / minnaar. Haar ogen zoeken hem in de zaal, waar de tirannieke leider van de groep echter steeds sneller zijn geduld verliest. De regisseur (gespeeld door Ryszard Turbiasz) rent van tussen het publiek de tribunetrappen af en op om zijn spelers te herinneren aan de korte tijd die hen nog rest tot aan de première. Nog meer oponthoud komt door het koppige alles-willen-begrijpen van de acteur die de heer des huizes speelt (Bruno Vanden Broecke*). Maar niets haalt het bij de fouten in de mise-en-scène die keer op keer door de huishoudster worden gemaakt. Valentijn Dhaenens speelt zijn rol zeer overtuigend en de travestie is een sterke en grappige toevoeging van SKaGeN aan het originele personage. Het personage van Dhaenens moet een mentale jongleeract uitvoeren door de ene keer met de krant en de andere keer met een bord sardienen af te gaan. Omdat zij de volgorde maar niet onthouden, worden de sardienen een geslaagde terugkerende grap in de voorstelling.
De enige normale mensen tussen het stel artistiekelingen zijn, hoe kan het ook anders, de technicus en de regie-assistente. Zij laten zich door de regisseur commanderen om alle grote en kleine problemen à la minute op te lossen. Qua speelstijl horen deze twee duidelijk niet bij de rest van de groep, die door zijn overdreven manier van acteren als amateuristisch, in de niet-letterlijke betekenis van het woord, wordt afgeschilderd. Eenzelfde uitvergroting als in de acteerstijl is ook te zien in de vormgeving. De spelers van het fictieve gezelschap zijn gekleed in dezelfde ouderwets aandoende jaren tachtigstijl waarin ook het decor is ondergedompeld. Dit laatste is uitgevoerd in hoogpolig bruin tapijt, niet alleen de dingen waarvan je het verwacht: de vloer, de trap en, vooruit, de zetel, maar ook alle kleine decorstukken zoals de deuren, het telefoontafeltje en zelfs de telefoon en televisie. Overdrijving is één van de oerkenmerken van het komediegenre en het mag duidelijk zijn dat de acteurs van SKaGeN zich aan deze gouden regel hebben gehouden. De huiseigenaar die zo gestresseerd is dat hij zijn vingers aan elkaar lijmt, zijn riem niet dicht kan krijgen en met de broek op zijn enkels van de trap valt.... Toegegeven, Bruno Vanden Broecke geeft een mooie show weg, maar het is toch voornamelijk erg flauw.
In het tweede deel van de voorstelling wordt het decor 180 graden gedraaid. In plaats van tegen een vooraanzicht van de woonkamer, kijken we tegen de achterkant van het decor. Ook nu staan vooral de deuren centraal, waarvan we kunnen zien dat ze niet uitkomen op de tuin of slaapkamer, zoals werd gesuggereerd, maar op een houten constructie met daartussen veel acteurs en rekwisieten. De magie van het theater wordt doorgeprikt en dat is, naast overdrijving, herkenbaar als onderdeel van de komedie. Om alle ellende die de spelers in ‘Deurdedeurdeur' overkomt grappig te laten zijn, moeten wij in de zaal beseffen dat het niet echt is. Van de trap vallen is doorgaans niet leuk, maar omdat we weten dat Vanden Broecke zich niet echt bezeert, kunnen we erom lachen. Het leidt overigens nog tot een ander interessant theatraal verschijnsel: dramatische ironie. Toeschouwers weten meer dan de personages zelf en kunnen zich verkneukelen om de missers die gaan komen. Want een grap op voorhand zien aankomen, is vaak leuker dan de grap zelf.
Niet voor niets is ‘Noises off' een geslaagde komedie en een succesnummer in het amateurcircuit. De grote vraag die zich na het zien van de voorstelling echter stelt, is waarom SKaGeN zich op dit materiaal gestort heeft. Misschien is er een verklaring te vinden in nog een kenmerk van het genre, namelijk om via grappen en grollen op een versluierende manier maatschappijkritisch uit de hoek te komen. We zouden na het zien van de tirannieke regisseur en zijn ruziënde acteursploeg wellicht uitgedaagd kunnen worden om na te denken over ons eigen leven, waarin we ons te vaak laten sturen door stress en onderlinge concurrentie. Of hebben we in deze tijd vol overzeese oorlogen en binnenlands politiek gerommel simpelweg steeds vaker behoefte aan een fijn avondje uit, waarin we lekker kunnen lachen? Liever kunst die zorgeloos ontspant dan kunst die confronteert? Volgens actrice Clara van den Broek (die de rol van de vrouw des huizes speelt) moeten we het zo ver niet zoeken. In een interview verklaarde ze dat het haar en haar collega's louter om de nieuwe spelervaring ging. Acteurs leren de techniek van het komediespelen tegenwoordig niet meer op de toneelschool, terwijl het een essentieel onderdeel is van het acteursvak. Inderdaad, het hoge speltempo waarmee SKaGeN zich op scène uitleeft, is bewonderenswaardig, maar ‘Deurdedeurdeur' gaat met zijn flinterdunne plot en vele herhalingen van grappen toch al snel vervelen. De meerwaarde van deze vertolking zit in het vakmanschap van de acteurs, maar inhoudelijk bleef deze bezoeker na het vallen van het doek toch wat teleurgesteld achter.