Sprookjes vormen de klassieke canon van het jeugdtheater. Dat wil zeggen: vroeger werden ze gezagsgetrouw gelezen en ongevaarlijk opgevoerd, mooi in overeenstemming met het kindbeeld dat heerste. Vanaf de jaren zeventig zette een heel nieuwe makersgeneratie zich daartegen af door sprookjes te ideologiseren en deconstrueren: omkering verplicht. Vandaag lijkt een nieuwe fase aangebroken, toont Armandus de Zoveelste van Dimitri Leue in HETPALEIS. Gezocht: een synthese.
Het klassieke ‘er was eens' wordt in deze kindervoorstelling lustig overgeslagen. Wanneer het doek opengaat, krijg je het koninklijke gezag meteen in crisis te zien. Koningin-moeder Mariola wankelt op haar benen als een topzware zonnebloem. Zo spreekt haar bezorgde gemaal Armandus, die haar in zijn liefdevolle armen opvangt, haar ook toe: 'Mijn zon, mijn bloem, mijn pit, mijn kussen, mijn sloop! Waarom lach je niet meer als vroeger?' Mariola is in zo'n diepe slaap gezonken dat het wel eens voor het leven zou kunnen zijn. Haar hoofdkussen is haar eigenlijke rolkraag geworden, haar dikke bedsprei haar royale gewaad. De dokter weet zich al meerdere dagen geen raad meer, het hof ijsbeert om haar stee. Wat te doen met deze slapende schone? Een prins zal haar dit keer niet helpen, ze is al getrouwd.
Wanneer Sien Eggers even later op een verlaten toneel plots toch tot leven komt, is dat niet de wederopstanding van haar personage, maar een verteltechnische ingreep die bij sprookjes ongezien is. Ze legt de kleuters uit wat een flashback is. 'Ik ben wel hier, maar niet nu.' We krijgen te zien hoe de Eerste Minister, Koen Van Impe achter een zwarte zonnebril, de koningin een week geleden inspoot met stikstofine, een verdovingsmiddel dat niet te traceren is. Hij wil zelf de macht grijpen om president te worden, en dit is zijn eerste zet. 'Zeg niet dat jullie nooit iets stouts gedaan hebben', knipoogt hij achteraf tegen de zaal. 'Je moet er alleen voor zorgen dat niemand het ziet.' Als van een hyena klinkt zijn lach.
Goed en kwaad zijn voor de rest van de voorstelling scherp tegen elkaar afgezet, de dynamiek ertussen heet moraal. Van bij aanvang ligt het einde al vast. Maar hoe er te komen? Wat de Eerste Minister voorzag, gebeurt. Koning Armandus (Warre Borgmans) treedt met een meelijwekkend gezicht af om continu bij zijn zieke vrouwtje te kunnen zijn, en vraagt prins Eduardus (Karel Tuytschaever) om hem op te volgen. De Prins weigert. Niet alleen heeft hij meer oog voor het frivole dienstertje Selalie (An Miller), hij vindt het koningschap tegenwoordig ook flink in diskrediet gebracht, alleen nog een zaak van lintjes doorknippen en ceremonieel gelul. Zijn pinnige en hoogmoedige zus Bellatrix (Kyoko Scholiers) wil hem maar wat graag vervangen, maar zij wordt door haar vader en diens minister nog te jong bevonden. En een meisje op de troon, wie zit daar nu op te wachten?
Oervertelling
Het begin van Armandus de Zoveelste is een uitmuntend voorbeeld van vele recente sprookjesbewerkingen. Ze zetten de typologie van de vaste rolpatronen extra in het licht om met die clichés des te meer te kunnen dollen. Hiërarchie en autoriteit worden vermenselijkt, iconen gepsychologiseerd, ideologische substructuren verwrongen. Zo kwam de sympathie van An De Donder in 7 (naar Sneeuwwitje) bij de stiefmoeder te liggen, zocht de gevangen prinses in Prinses zkt ridder van Het Gevolg zelf haar verlossende prins op en werd de titelfiguur in Wolf! van Productienest Karper tot populairste figuur van het sprookjesbos verkozen. Het moet de kritische houding van het hedendaagse jeugdtheater tegenover zijn materiaal en zijn maatschappij illustreren.
Parallel aan die meer iconoclastische werkwijze zie je vandaag een hang naar de oorspronkelijkheid van sprookjes, naar hun oerwreedheid en psychoanalytische lading. Disney wordt eraf geschraapt, heet dat standaard. Niet dat de eerste Disney-films niet ook de nodige gruwel toonden, maar de boodschap is vooral: we willen in theater het verschil maken met de populaire beeldcultuur. Schrik en mystiek worden op scène terug ingevoerd, zoals in de Klein Duimpje-bewerkingen die vorig seizoen te zien waren bij zowel Theater De Spiegel, Peter Zegveld als Antwerpen Open. Ook Dimitri Leue zit op die lijn. Voor Armandus de Zoveelste heeft hij zich ingewerkt in het boek De held met duizend gezichten van Joseph Campbell, waarin onderzocht wordt hoe elke mythe, elk sprookje uiteindelijk neerkomt op één oerverhaal: de held raakt geïsoleerd uit zijn veilige omgeving, komt in een andere wereld terecht en ondergaat daar een zielsloutering om des te evenwichtiger terug te keren. 'Ik wou zo'n soort oersprookje maken', aldus Leue.
Dat laat zich vooral gevoelen in het tweede deel van Armandus de Zoveelste. Door een bekkentrekkende kabouter worden koning Armandus, prins Eduardus en prinses Bellatrix tot hun eigen ongeloof via een geheime poort uit hun paleis weggeleid naar een veel onherbergzamere boswereld. Hier moet zich de oplossing voor de slaapziekte van hun moeder openbaren. Eggers zelf kruipt in de rol van elfenkoningin Puur Toeval. Ze wordt in een royale hangstoel de lucht in gehesen en overschouwt deze wereld met een herwaardering van fantasie. 'Als we zeggen "dat kan niet", betekent dat eigenlijk: "dat past niet in ons hoofd".' Wil Leue zich verzetten tegen te veel hedendaagse realiteitszin, te weinig geloof in wat zich niet meteen denken laat?
Het ingenieuze, zilverblikken deurendecor van BULK architecten heeft zich intussen opengeplooid tot een reeks zigzaggende spiegels: hier zullen innerlijke zielskwesties gereflecteerd worden. Tegelijk trekt Leue voor de queeste van zijn drie helden een blik sprookjesfiguren open, allemaal basisrollen uit het structuralistische sprookjesschema van Propp: een slijmerige pad wordt de leidsman van Armandus naar de reden van zijn verdriet, de draak Fonsje dient door Eduardus verslagen om zijn prinselijke mannelijkheid te hervinden, en Bellatrix komt terecht in een sumo-worsteling met haar Zwarte Kant. Komische kabouters, magische drankjes, moeilijke vraagstukken, heksen en kooien, eenhoorns en zwarte ridders: allemaal passeren ze de revue in een theatraal festijn van spits taalspel, grote scènewissels en een breed vertoon van de samplekostuums die Valentine Kempynck en Myriam Van Gucht (samen Belgat) met vooral robuuste materialen hebben samengesteld. Schrek meets Midzomernachtsdroom, Leue moet bij zoveel invallen tijdens het schrijven zijn vingers hebben afgelikt. De zesjarigen in de zaal, ikzelf incluis, smullen des te meer.
Blijheid
Het is pas na de pauze van deze ruim twee uur durende zit dat je plots gaat beseffen dat de aloude make-believe het sluipenderwijs heeft overgenomen van de kritiek, dat de constructie van een nieuwe sprookjesfantasie de deconstructie van het begin is gaan overvleugelen. Leues oervertelling is veeleer spektakel geworden: een opeenvolging van scèneflitsen, opkomsten en afgangen, en steeds anders ingepakte acteurs, die niet in hun persoonlijke invulling mogen excelleren, maar zich te schikken hebben. Op zich is er natuurlijk niets mis mee dat fantasie in deze voorstelling niet langer enkel een zaak van het eigen kijkershoofd hoeft te zijn, zoals in het Vlaamse jeugdtheater met zijn schrale scenografie de standaard is geworden.
Maar in het slotdeel, wanneer Armandus en zijn twee kinderen met hun zo bevochten magische geneesmiddel voor moeder (een zwarte bloem), terug in hun paleis aankomen, blijkt toch dat Leue zich in die ambitieuze plot- en spektakelontwikkeling wat overtild heeft. Nu het happy end ineens binnen handbereik is en alle verhaallijnen moeten samenkomen, deinst Leue terug. Hij vertraagt de redding van de slapende Mariola met een laatste onnozele actie van de Eerste Minister, met een slow motion gevecht, met een klink die afbreekt ... De acteurs kunnen enige scenische hulpeloosheid niet verbergen, de noodzakelijke dood van het Kwaad valt belachelijk uit, en naast de koppels Armandus-Mariola en Eduardus-Selalie die herenigd worden, blijft Bellatrix wat schaapachtig staan draaien zonder winst voor haar kant.
Waar zijn de consequenties van de eerdere kritiek op koningshuis en mannelijke autoriteit? Waar is de knipoog naar vandaag? De goede afloop blijkt zo dwingend geworden dat er geen plaats meer is voor spitse commentaar op sprookjes. Elke ideologie die eerder bevraagd werd, wordt nu kritiekloos bevestigd: het royalistische huwelijk, de patriarchale macht, de domheid van het kwade. Zelfs zijn zo eenvoudige, maar daarom net zo vindingrijke taalknutselarij lijkt Leue kwijtgespeeld in zijn gevecht met het plot. Armandus de Zoveelste is op het eind enkel nog verhaal geworden, zonder backup van dramaturgie of muzikale en visuele ontlading. Je zou vuurwerk en trompetten verwachten. Je krijgt een anticlimax. Een mislukte synthese.
Zo toont Leues grootse project een ambitieuze, maar slechts voor driekwart geslaagde oefening in een een nieuw stadium in de omgang van het jeugdtheater met zijn sprookjesrepertoire. Het lijkt te beseffen dat het tijdperk van de loutere deconstructie voorbij is, dat vandaag terug nood is aan grote verhalen, verhalen bouwend op het geloof in de maakbaarheid van de wereld, hoe weinig die daar in deze crisistijden ook toe uitnodigt. Maar net daarom moeten we verbeelding durven inzetten tegen al te veel voorgeprogrammeerde opgave, toonden laatst het sprookje getiteld Barack Obama en wat het losmaakte.
Alleen kampen Leue en co nog met de consequenties van dat besef: dat ze net zo goed weer kunnen uitkomen bij de oude tijd, bij het ongevaarlijke blijheidsdiscours van het klassieke sprookjestheater. Armandus de Zoveelste toont - als kerstspektakel - ook bij uitstek de strijd die het gesubsidieerde toneel vandaag met zichzelf voert rond zijn verhouding tot het commerciële theater, een strijd die zich in HETPALEIS symbolisch visualiseert met de Stadsschouwburg naast de deur.
Hoe die strijd vooral niet verliezen? Leue doet hier met eigenzinnige kostuums, intelligente humor en een autonoom verhaal vol tijd- en ruimteverwringingen een mooi voorstel: je eigen sterktes uitspelen en toch een bredere aanspraak bereiken. Maar de vlekkeloze synthese van die dubbele uitdaging zal voor zijn volgende sprookjesproductie zijn. Yes, he can!
Wouter Hillaert