De meeste voorstellingen van Crew, het multimediale theatergezelschap rond Eric Joris, kunnen we strikt genomen geen ‘voor-stellingen' noemen. Er speelt zich immers geen schouwspel af in het hier en nu waar je als toeschouwer letterlijk ‘voor' gaat zitten en dat van op een afstand beelden, emoties en gedachten in je oproept. Binnen het universum van Crew wordt niet over ‘toeschouwers', maar over ‘immersanten' gesproken. Immersie betekent ‘onderdompeling': bezoekers worden zintuiglijk van hun directe omgeving afgesneden en met behulp van hoogtechnologische middelen één per één door een reeks virtuele landschappen geloodst. De immersant bevindt zich als het ware aan de binnenkant van het beeld en wordt daar bijna lijfelijk met een aantal vragen geconfronteerd. Crew onderzoekt het effect van de mediatisering en technologisering op de menselijke conditie. Dit keer, binnen EUX, staat daarbij de metafoor van de ziekte centraal.
Voor de ticketbalie van het Kaaitheater wordt me een koptelefoon opgezet. Een zachte vrouwenstem spreekt me aan bij mijn voornaam, Sébastien. Ik weet, het is een valse soort intimiteit, want deze vrouw en ik kennen elkaar helemaal niet. Toch hecht ik er gauw (voldoende) geloof aan, en dat is te danken aan de hypersensitieve geluidsopname die zelfs het rondgaan van het speeksel registreert in de mond van de vrouw. Je krijgt zo de indruk dat ze héél dichtbij is. Haar monoloog werd geschreven door de Franse auteur Eli Commins.'[i]
Terwijl ik op haar vraag naar buiten ga en een tocht maak langs het water aan de Akenkaai, vertelt ze me over haar ziekte. Prosopagnosie staat voor het onvermogen om gezichten van getrouwen te herkennen. Zo vergeet ze tijdens een diner plotseling het gelaat van haar eigen zus. Hoewel haar waarnemingsvermogen intact is en ze rimpels, haartjes en vlekjes kan onderscheiden op de huid van degene tegenover haar, lukt het haar niet om aan deze microscopische observaties nog een gedeeld verleden te koppelen. Geen wonder dat het verhaal van de voortschrijdende ziekte er een is van groeiende vereenzaming. De vrouw bekent dat ze aanvankelijk herkenning simuleert en een heel arsenaal aan geheugensteuntjes en methodes verzint om halsstarrig te blijven functioneren in het dagelijkse leven. Maar na verloop van tijd moet ze die pogingen staken. Wanneer ze in een vergevorderd stadium van de ziekte zichzelf niet meer herkent, trekt ze het bos in. Steden met hun gruwelijk reflecterende winkelramen, of meren met hun spiegelende oppervlakken, zijn immers nauwelijks nog te verdragen.
Symptomen
Paradoxaal genoeg doet de vertelster/het personage heel open en vertrouwelijk tegen mij, een volslagen onbekende, terwijl uit het verhaal blijkt dat zelfs haar dichtste verwanten vreemdelingen voor haar zijn geworden. Het wordt snel duidelijk waarom. We hebben iets belangrijks gemeen. 'Ook jij bent besmet,' zegt ze. Het verdere verloop van EUX speelt zich af binnen in de keldergangen en achterkamertjes van het Kaaitheater. Het verhaal dat ik buiten hoorde, blijkt heel secuur zin en richting te geven aan wat ik binnen beleef. Veel van mijn zintuiglijk desoriënterende ervaringen lees ik nu als ‘symptomen'. Zo kom ik in een smalle kamer terecht waar me wordt aangeraden om die heel goed in me op te nemen, omdat het me later nog van pas zal komen. Wanneer ik dan, nog voor ik alles tot in detail heb kunnen memoriseren, weer word weggeleid, bekruipt me de vrees dat ik de plek snel zal vergeten.
Vroeg in de voorstelling wordt me, naast de koptelefoon, ook een videobril opgezet. Zintuig twee veroverd door Crew! Alsof dat nog niet genoeg is, kom ik op een bepaald moment in een bed terecht waarmee mijn 'buddy's' (dat zijn je begeleiders onderweg) me van de ene scène of situatie naar de andere rollen. De voorstelling bezit nu de structuur van een gestaag voortschrijdende ziekte, want als immersant/personage verlies je stelselmatig de controle over je lichaam en zintuigen. Soms is het onduidelijk of het live-beelden zijn of vooraf opgenomen materiaal dat via de videobril te zien is. Zo wordt er met mijn zelfherkenning gedold: zijn dit mijn handen die ik zie of die van iemand anders? Soms wel, soms niet. Ondertussen vuurt de vertelster, die binnen in het Kaaitheater de rol van gids op zich heeft genomen, vragen op me af met de bedoeling me nog verder uit evenwicht te brengen: 'Ken je de exacte kleur van je ogen?' 'Kan je je de exacte vorm van je mond voor de geest halen?
En inderdaad: ik lijk wel een vreemde wanneer ik op een bepaald moment in EUX ‘mezelf' tegenkom. Wanneer precies in de keten van gebeurtenissen en ervaringen weet ik niet meer, maar ik herinner me dat ik op een bepaald moment met mijn hoofd naar een camera gewend stond en ik niet achter me mocht kijken. Ik vermoedde toen dat anderen naar mij keken, en dat merk ik een halve voorstelling later aan mijn blik, nu de video-opname zich via mijn bril voor mijn ogen afspeelt. Ik kijk een beetje meewarig naar de lens, met een kunstmatige grijns rond de lippen. Wil er meer relax uitzien dan ik echt ben. Omdat ik/hij mezelf zo aankijk/t, word ik in de positie van een vreemde geduwd, een voyeur van mezelf. Alsof ik naar mijn eigen stem luister: even ongemakkelijk, even ontregelend. Door dit zelf aan den lijve te ervaren, krijg ik een idee van waarom de vrouw in het verhaal voor spiegels op de vlucht slaat.
Heel straf aan EUX (en een sprong voorwaarts in vergelijking met de vorige parcoursvoorstellingen van Crew) is hoe het narratieve kader en het kader van de directe fysieke ervaring elkaar versterken. Het verhaal schept een reflectieve afstand tot de ervaring, de ervaring op haar beurt zorgt ervoor dat het verhaal wordt ingeschreven in het lichaam van de immersant. Het samengaan van denken en voelen lijkt mij net datgene wat de strategie van de immersie zo bijzonder maakt. Toch stokt die alliantie af en toe in EUX, om technische redenen. Kleine schoonheidsfoutjes, zoals je buddy's onder elkaar horen praten, ondanks de koptelefoon op je hoofd, halen je uit de voorstelling. Plots word je immers herinnerd aan de hele constellatie die achter je ervaring schuilgaat. Ook de truukjes die dienen om het geloof van de immersant in de virtuele wereld te vergroten, kan je - zeker als je al eerder parcoursvoorstellingen van Crew bijwoonde - relatief gemakkelijk doorprikken. Zo hoef je enkel even snel met je pols te draaien om na te gaan of het jouw handen zijn die je ziet of die van iemand anders. Crew geeft de indruk iets te veel vertrouwen te scheppen in de volgzame immersant en zijn waarbarstige, wantrouwige tegenhanger te veronachtzamen. Deze slordigheden en vlot te ontmaskeren kunstgrepen lijken details, maar hebben niettemin een grote impact op de perceptie van de voorstelling. Ze creëren een vorm van afstand die storend is en allesbehalve artistiek intentioneel. (De immersant wordt aan het eind van de voorstelling sowieso al met de - grotendeels - onzichtbare technische fundamenten van EUX geconfronteerd. Na het parcours krijgt hij de kans om een blik te werpen in de 'controlekamer' vanwaaruit de hele voorstelling wordt gestuurd.)
Epidemie
De vraag blijft door wat ik dan wel 'besmet' zou zijn, zoals de vrouw in het verhaal beweerde, ervan uitgaande dat de symptomen waar EUX mij op een verhevigde manier mee confronteert, ook buiten de voorstelling, in het dagdagelijkse leven, sluimerend aanwezig zijn. In de tekst wordt de suggestie gewekt van een komende epidemie, waar het grote publiek zich op dit moment nog nauwelijks ten volle van bewust is. Tijdens de tocht door de smalle gangen onder het Kaaitheater kom ik dankzij mijn videobril terecht op een griezelig binnenpleintje van een sanatorium. De andere patiënten zien er net zo uit als ik, met een bizarre bril en een koptelefoon op het hoofd, het geheel omzwachteld met een wit stuk stof. Het is een akelig toekomstbeeld. De oorzaak van de 'epidemie' lijkt een bont samenspel van factoren te zijn, allen verbonden met mediatiserings- en technologiseringsprocessen: draagbare elektronische apparatuur als extensie van het menselijke lichaam (en de individualisering, de zintuiglijke overdaad en verwarring die daaruit voortvloeien), de alomtegenwoordigheid van het beeld (en het daarmee samenhangende vervagen van de grens tussen fictie en realiteit - of zelfs het compleet betekenisloos worden van deze begrippen), de ruimtelijke en temporele desoriëntatie die ontwikkelingen op vlak van media, mobiliteit en communicatie met zich meebrengen, enzovoort. De technologische revoluties volgen elkaar vandaag aan zo'n duizelingwekkend tempo op, dat er nauwelijks tijd is om de enorme gevolgen ervan op onze manieren van leven te overzien. We hebben dringend nieuwe codes en perceptiewijzen nodig om morgen stand te houden als we de deur uitgaan. De mysterieuze tekeningen die zowel in het verhaal als tijdens het parcours opduiken, worden de symbolische aanzet van deze nieuwe grammatica genoemd. Een tijdje nadat het vrouwelijke personage zich totaal vereenzaamd opsloot in het bos, wordt ze teruggevonden, met haar gezicht op de grond. Haar redders konden haar traceren aan de hand van een spoor van tekeningen dat ze achterliet en waarop rasters stonden, opgebouwd uit witte en zwarte vierkantjes in verschillende configuraties. Het lijken een soort willekeurige dambordpatronen, maar dat zijn het niet, benadrukt de vertelster: 'Nous passons de longues journées à examiner les motifs ensemble, et je finis par devoir accepter l'évidence : ces dessins comportent des répétitions et des variations qui ne doivent rien au hasard. Mis côte à côte, ils semblent tracer les contours d'un alphabet de cases vides et pleines, agencé par une grammaire nouvelle.'[ii]
Als geen ander weet Crew eigentijdse ontwikkelingen op vlak van technologie en media om te zetten in spannende verhalen en ervaringen. In EUX bereikt het gezelschap een evenwichtige verhouding tussen deze twee componenten. Hoewel het de onheilspellende metafoor van de ziekte gebruikt, propageert het geen nieuw soort luddisme, een door angst gevoed verzet tegen de technologische evolutie. Anders zou Crew niet met zoveel enthousiasme en inventiviteit dit soort werk blijven maken. Het gezelschap tracht onze blik en ons bewustzijn aan te scherpen voor zowel de mogelijkheden als de gevaren die met elke technologische verandering gepaard gaan.
Sébastien Hendrickx