Dans in de sporen van Renaat Braem Blauwe plekken # 058, Stof & Marc Vanrunxt

Author: Lieve Dierckx

Vijftig jaar na de Wereldtentoonstelling in Brussel is het modernisme van toen uitgangspunt voor een choreografisch locatieparcours in Antwerpen, Blauwe Plekken # 058. De woonblokken op het Kiel van Renaat Braem, enfant terrible van de toenmalige Belgische modernistische architectuur, vormen het kader. Bezoekers kunnen gedurende twee zondagnamiddagen in de wijk ronddwalen en komen op hun weg vier dansinterventies tegen die gelijktijdig plaatsvinden. Openheid, ontvankelijkheid en begrenzing staan er centraal en leveren ook voer voor reflectie rond participatie.

Sinds 2005 organiseert Stof buitenprojecten, de Blauwe Plekken, op ‘gevoelige' plekken in Antwerpen. Opzet is om de stad te vermenselijken via choreografische en lijfelijke aanwezigheid. De bedoeling is ook dat de energie die vrijkomt zich naar andere plekken in de stad verspreidt. Vergelijk het met een acupunctuurbehandeling.

Het klinkt etherisch, maar uit vorige projecten - aan de achterkant van de oude stad, het Centraal Station en in het dokkengebied - blijkt dat het procédé bijwijlen wonderbaarlijk goed werkt. Ik herinner me een nachtelijk parcours langs dreigend overhellende fabrieksmuren bij verlaten dokken in Antwerpen-Noord. Als bij wonder sloeg de sfeer om wanneer je uitkwam op een kade waar tegen de achtergrond van uitgekiende industriële landschapslijnen twee mensen, dansers, hun taak uitvoerden. Als bewoner ga je achteraf makkelijker naar die kant van de stad. En als je door andere donkere hoeken van de stad fietst, zijn de Blauwe Plekken wel eens inspiratiebron voor een verbeeldingsoefening in je eigen hoofd.

Ten tijde van de Wereldtentoonstelling in 1958 vierde een nieuw modernistisch humanisme hoogtij. Wetenschap en techniek zouden voor een betere wereld zorgen en de mens bevrijden. Kunst kreeg als taak die nieuwe wereld te bejubelen maar ook te ‘vermenselijken' en te waarschuwen voor de uitwassen van wetenschap en politiek - toen ging het om nucleair gevaar in tijden van Koude Oorlog. De combinatie van open, rebels avant-gardisme en jubilerend positief denken uit het Expotijdperk was voor de makers van Blauwe Plekken # 058 het ijkpunt voor vier choreografische ‘ingrepen' op het Antwerpse Kiel, tussen de woonblokken van Braem. Gedurende tweeëneenhalf uur kan je met een parcoursplan vrij van de ene naar de andere interventie wandelen en tussendoor de sfeer van de omgeving laten inwerken. Voor deze editie werd Marc Vanrunxt gevraagd als gastchoreograaf door de vaste kern van Blauwe Plekken. Die bestaat uit dansers/choreografen Lu Marivoet, Wim Mertens en Eric Raeves, respectievelijk ook pedagoge, architect en beeldend kunstenaar/fotograaf.


Openheid

Tussen de pijlers van vijf schraagsgewijs ingeplante woontorens beweegt zich een danseres voort in een exuberante, tijdloze avondjurk. De zuurtjesroze kleur zorgt ervoor dat ze op geen enkel moment in het kader verdwijnt. De wind, altijd aanwezig onder de hoge constructies, sculpteert de wijde plooien van de rok rond haar lichaam. Haar voortgang is traag, laverend, wankelend, verloren, verlaten, als een fantoom uit een recent verleden of een niet zo verre toekomst. Af en toe staat ze stil en snakt naar adem. Ze heeft geen oog voor wat rond haar is. Aan de overgang naar een volgend woonblok stokt ze, spreidt haar armen en lijkt een silhouet op de rand van een klif. Een vogel die zijn vlucht zoekt of iemand die vertwijfeld voor een afgrond staat. Even lijkt ze opgehangen tussen verder of terug, tussen toekomst en verleden.

Marc Vanrunxt maakte deze solo voor Lu Marivoet en toont hier zijn metier. Hij slaagt erin om het kader ten volle uit te buiten en pal op de essentie uit te komen waar het in de Blauwe Plekken om gaat. Tussen de pilotis van de ‘potenblokken', goed voor zo'n achthonderd appartementen, zet hij een schitterend lijnenspel in de verf, waarin je als toeschouwer actief kan spelen met afstanden, posities, verbindingen en focus. Net de incongruentie van abstracte bewegingstaal tussen het beton van sociale woonblokken maakt de omslag in perceptie des te krachtiger: nooit zal je de blokken op het Kiel nog met dezelfde ogen kunnen zien - bovendien is een nieuwsgierigheid gewekt naar andere vormen van aanwezigheid op deze plek.

Dit spelen met openheid en begrenzing in tijd en ruimte vind je in verschillende schakeringen terug bij de drie andere interventies die in de tussentijd elders op het parcours aan de gang zijn. Qua thematiek vullen ze elkaar op een organische manier aan. Eric Raeves danst in de tuin van een conciërgewoning. Zijn startpunt is de deursas naar het woonblok waar hij een improvisatie begint in zoekende verticale en horizontale lijnen - voor- en achteruit, soms blind. Hij wijkt af van zijn betonnen pad om in het grasperk een ring te maken van neergevallen bladeren rond een lindeboom. Ergens onderweg naar het eindpunt van zijn traject sluit hij zijn ogen om als een bedelmonnik, met belletjes, het contact met de toeschouwers op de bankjes af te tasten. In zijn solo zit een verlangen naar aarding en contact.

Even verder, naast het beton van een drooggelegd plonsbad, heeft een man (Chris De Feyter) zich geïnstalleerd op een schaalvormige constructie die wellicht vroeger de voet was voor een springplank. Maar de danser komt niet los van de schaal die met gras bedekt is, als een nest. Alles wijst op hier en nu: hoe hij met zijn benen relax bengelend over de rand druiven plukt uit zijn rode brooddoos - even lijkt hij op een werkman in de schafttijd - of de krachtige, haast dierlijke lichaamstaal waarmee hij zijn plek telkens opnieuw bezet. Hij heeft geen oog voor toekomst of verleden, hij is geworteld in het heden. Tegelijk weet hij met zijn danstaal te verwijzen naar de arbeiders voor wie de wijk oorspronkelijk bedoeld was.

Voor Onder Dak, heeft Lu Marivoet een oase van rust gevonden in het omsloten plantsoen van een boogvormig gebouw van maar twee verdiepingen hoog, een rusthuis voor ouderen. Op vijf grote glastegels hernemen vijf dansers in een abstracte choreografie het thema van aarde, steen en contact. Ze blijven elk op hun eigen plek maar als ze tijdens hun dansfrasen tegenover elkaar uitkomen, is de kracht van hun verbondenheid voelbaar voor mij, de toeschouwer. Hun interactie zet zich verder in het beeld dat me bijblijft van twee oudjes die over de leuning van de gaanderij de gebeurtenissen met wijze goedmoedigheid gadeslaan.


Bevrijding

Gedurende de tweeëneenhalf uur dat de interventies duren, ontrolt zich een spel van participatie met bewoners en de ruimere omgeving. Enkele kinderen wagen zich dichter bij de dansers en imiteren wat ze zien. ‘Echte' toeschouwers lijken te twijfelen of de gedragscodes uit de theaterzaal hier nog van nut zijn. Nieuwsgierige blokbewoners leunen uit een raam of geven van op afstand hun ongezouten mening. Via het wijkontmoetingscentrum Nova zochten de makers al vroeg contact met bewoners die wilden meewerken aan het project. De dansers voor Blauwe Plekken zijn immers wel vaker een mix van amateurs en professionelen. Nova, het voormalige bibliotheekgebouw van de wijk dat destijds werd opgericht ter stichting van de arbeider, is ook nu het hart van de actie. Daar liggen de parcoursplannetjes klaar waarmee je, een beetje als in een openluchtmuseum, de weg vindt van de ene plek in de wijk naar de andere. In een videoproject met voormalig dans- en filmcriticus Eric de Kuyper - hij belicht er het belang van de Expo voor dans(kritiek) in België - wordt nog een venster in de tijd gemaakt.[i] Het parcours maakt ook deel uit van een architectuurtraject van cityLabo en de Erfgoedcel Antwerpen die de modernistische droom uit de Expo58-jaren in Antwerpen in de kijker wilden zetten. Als de tourbus van cityLabo arriveert, krijgt Blauwe Plekken # 058 er zo nog een toeschouwersvariant bij.

De opzet van Blauwe Plekken kenmerkt zich door een openheid die ook nog eens dialogeert met de filosofie van architect Renaat Braem toen hij deze arbeiderswijk ontwierp. De architect formuleerde het destijds zelf zo: ‘architectuur is de kunst van het organiseren van het leefmilieu ter bevrijding van de mens'. Ook Braems vertrekpunt was openheid: arbeiders moesten verlost worden uit hun onhygiënische, bedompte optrekjes in achtergestelde wijken in de stad. In plaats daarvan zouden ze maximaal ruimte, licht en uitzicht krijgen in uitgekiend ingeplante woontorens tussen gemeenschappelijke plantsoenen. Elk architecturale ingreep moest die democratiseringsgedachte illustreren. De pijlers waarop de gebouwen rusten, zorgden ervoor dat tot en met de grond onder de gebouwen aan de gemeenschap toebehoorde. Renaat Braem was communist toen het communisme nog de/een leverancier was van hoop. Afgezien daarvan was hij overigens ook een internationaal gewaardeerd medewerker van Le Corbusier. Braem trok zijn filosofie van openheid consequent door: liftkokers aan de buitenkant van de gebouwen, open gaanderijen op elke verdieping en een lijnenspel van buizen en technische voorzieningen die zichtbaar blijven achter glazen wanden.

Drempel

Of de beoogde openheid in de architectuur zich ook nestelde in de woonsfeer is een andere kwestie. Het contrast tussen de verheven doelstellingen van toen en de latere perceptie van de wijk als een troosteloze ‘banlieue' toont hier en daar merkwaardige overeenkomsten met de opzet van Blauwe Plekken en hoe de wijkbewoners hier en nu hun ingreep lijken te ervaren.

Het uitgangspunt van Blauwe Plekken is dat de voorstellingen voor iedereen toegankelijk zijn. Maar de inplanting van de interventies in een eerder ‘gesloten' wijk als deze maakt de grenzen van participatie erg zichtbaar. Bekeken vanuit het standpunt van de bewoners zijn hier vreemde vogels in ‘hun' wijk die uitpakken met vreemde interventies. Sommige reacties liegen er niet om. De makers van de Blauwe Plekken gaan erg zorgvuldig om in hun contacten met bewoners van de plekken waar ze werken. Helaas liepen in dit geval hun pogingen om bijvoorbeeld bewoners te betrekken in de choreografieën uiteindelijk op niets uit. Maar er was ook goed nieuws. De organisator vertelt dat de reacties tijdens de repetities bij de seniorenresidentie evolueerden van ronduit afwerend naar betrokken. In die mate dat de bewoners voor een gemaaid grasveld zorgden tegen de première.

De Blauwe Plekken zetten zo aan tot reflectie over participatie aan kunst. Die zie ik als een reeks concentrische cirkels waar je van buitenaf aan begint om naar een kern toe te werken, met onderweg gradaties in ‘toegankelijkheid' van het aangeboden (dans)materiaal. In dit geval is het materiaal het vaste gegeven, want de openheid naar de omgeving betekent voor deze choreografen niet dat ze toegevingen doen op vlak van hun ‘product'. Hun abstracte dansmateriaal is de kern waarrond de toeschouwers zelf - letterlijk en figuurlijk - een afstand creëren die de cirkels van participatie erg aanschouwelijk maakt.

De voorstelling doet ook nadenken over wie verantwoordelijk is voor drempelverlaging in participatie. Er waren vast nog enkele praktische oplossingen te bedenken in de organisatie - zo waren er in een vorige editie vrijwilligers bij elke interventie die desgewenst voor context zorgden. Maar ik moest ook terugdenken aan een vroegere ingreep van de Blauwe Plekken elders, 's avonds op een braakliggend terrein, waar enkele vrachtwagens geparkeerd stonden voor de nacht. Een groep performers gaf er een voorstelling op en rond een piramidevormige structuur binnen een kring van toeschouwers. Ergens tijdens hun performance klom een Poolse chauffeur uit zijn vrachtwagencabine om een kijkje nemen. Hij bleek te denken dat het om een andere vorm van spel ging en begon mee aan de sisyphusgang op de piramide. De lichaamstaal van de omstanders bracht hem aan het twijfelen en hij besloot om toch maar in de cirkel van toeschouwers te gaan staan, waar één van hen hem uitlegde wat er aan de gang was. Het mooie van dit soort voorstellingen is dat je als toeschouwer niet alleen je graad van betrokkenheid zichtbaar kunt maken, maar ook verantwoordelijkheid kunt opnemen om zelf bruggetjes te slaan.

Het lijkt erop dat de Braemwijk naar aanleiding van de Expoherdenkingen opnieuw een positievere belangstelling krijgt van niet-bewoners. Blauwe Plekken # 058 voegt daar een dimensie aan toe door kunst lijfelijk in interactie te brengen met beton. En door lagen van toeschouwers op elkaar te laten inwerken. Zo zijn deze interventies op hun beurt een mooie illustratie van de ‘vermenselijkende' rol die kunst in de Expotijd kreeg toebedeeld en leveren ze ook inspiratie voor de toekomst.

share