Eind 2010 verschenen twee belangrijke boeken rond kunstkritiek. Anna Tilroe doet in het pamflet 'De Ja-sprong, naar een nieuwe vitaliteit in de kunst' voorstellen voor een nieuwe vitaliteit in kunst en kunstkritiek. De basis voor het pamflet is een analyse van de huidige dominantie van de kunstmarkt en de veranderende machtsverhoudingen die daarmee gepaard gaan.
Politici die over kunst schamperen, budgetten die worden gekort, hoge bezoek- en verkoopcijfers die als kwaliteitscriteria gelden: geen twijfel aan, het kunstenveld verandert. We zien museumdirecteuren transformeren in managers, kunstenaars in media-sensaties en critici in reclamemakers. Steeds meer bepalen de principes van het vrije marktstelsel en de belangen die daarbij horen wat wij als kunst te zien krijgen en hoe daaraan betekenis wordt verleend. Is die ontwikkeling onstuitbaar? Staan wij erbij en kijken wij ernaar?
BAM en VTi organiseren een workshop over de positie van kunst in de samenleving en de rol van kunstkritiek onder leiding van Anna Tilroe. De aanleiding voor deze workshop is het pamflet dat de kunstcritica onlangs schreef met als titel ‘De ja-sprong. Naar een nieuwe vitaliteit in de kunst’ (uitgeverij Querido) en dat reeds werd aangekondigd in een open brief in het tijdschrift Metropolis M.
Van 28 tot en met 30 oktober vindt de zevende editie van het Bâtard festival plaats, dat focust op jong werk. Dit jaar geeft Bâtard acht jonge kunstenaars uit België en Nederland de mogelijkheid om hun werk te tonen on stage. Strakke grenzen tussen disciplines zijn aan hen niet besteed. De leden van Corpus Kunstkritiek onderwerpen de festivalproducties aan hun kritische blik en gaan het gesprek aan met de jonge makers. De teksten verschijnen op de websites van VTi, deBuren en Cobra.be. Ook krijgt elke toeschouwer die zijn e-mailadres achterlaat aan de kassa van Bâtard, enkele weken later de Corpusteksten in zijn mailbox.
Een samenwerking van VTi en Bâtard

Uitgeverij EPO, 150 x 225 mm, ruim 400 pagina's, met foto's.
‘Het kwaad dat recensenten doen, leeft na hen voort. Het goede valt meestal nog voor hun gebeente aan de vergetelheid ten prooi.’ (Wim Van Gansbeke)