De theaterperformancegroep Ontroerend Goed ontstond in 1994 als een Gents dichterscollectief van jonge schrijvers, met als stichtende leden en huidige kern Alexander Devriendt, David Bauwens en Joeri Smet, later versterkt door Sophie De Somere.
Al van bij het begin zocht Ontroerend Goed naar de grenzen van het medium theater: poëzieperformances op ongewone locaties, doorspekt met theatrale beelden en in een conceptuele vorm. Een eerste doorbraak werd bereikt met de PORRORtrilogie (2001-2003), die zich afspeelde ver van de theaterzaal in de zwoele nachtclubsfeer van de Gentse bar Hotsy Totsy. De PORRORtrilogie werd in de categorie Jong Theater bekroond met de STUK-prijs op Theater aan Zee, wat meteen ook een eerste projectsubsidie opleverde.
De vrijheid om een eigen vorm te ontwikkelen en de grenzen van het theater te verkennen, samen met het publiek, leidde tot tal van experimenten. The Smile Off Your Face (2004) plaatste de toeschouwers alleen in een rolstoel, geblinddoekt, en leidde hen door een zintuiglijk parcours waarin vragen over intimiteit, liefde en geluk hun fantasie prikkelden. Na een eerste uitgebreide tournee door België, Nederland en Marokko, kreeg The Smile een tweede leven na bekroningen in Groot-Brittannië (Edinburgh Fringe Festival 2007) en Australië (Adelaide Fringe Festival 2008).
Ook in zaalvoorstellingen experimenteerde Ontroerend Goed met de realiteit van de scène, de acteur als constructeur van het theatergebeuren en de repetitie als ultieme vorm. Exsimplicity (2004) maakte een uitstap naar metatheater, die verder uitgewerkt en verbreed werd in Killusion (2005), als doorgedreven spel met theatrale illusies, waarin ook de verbeelding een plek kreeg. De adaptatie van niet-theatrale formats zoals televisieseries, realityshows en zelfhulpgroepen was duidelijk zichtbaar in Soap (2006), een theaterserie in vijf afleveringen over de drang naar zelfontdekking in een jongensclubje.
Met het uitgepuurde verteltheater Hard To Get (2007) speelde Ontroerend Goed opnieuw met de perceptie van realiteit door drie personages elk apart hun driehoeksverhouding te laten verhalen. Het publiek werd in drie groepen opgesplitst en kreeg telkens slechts twee versies te horen. De ‘ware toedracht’ was een subjectief gegeven in het hoofd van de toeschouwer.
In 2007 ging ook Intern in première, de tweede individuele performance na The Smile Off Your Face. Via een mix van speeddating en groepstherapie bouwden vijf performers een betekenisvolle relatie op met vijf toeschouwers in vijfentwintig minuten. In directe interactie met het publiek onderzocht de voorstelling de graad van intimiteit en engagement tussen toeschouwers en spelers, omgezet in sterke theatrale beelden.
In 2007 werkte regisseur Alexander Devriendt voor het eerst met jongeren in de ateliers van KOPERGIETERY, waar hij zelf als tiener in enkele producties had meegespeeld. Hij creëerde er Pubers bestaan niet, een explosieve voorstelling over de clichés van puber zijn. Via een doorgedreven systeem van herhaling en variatie toonde de voorstelling de belevingswereld van tieners, inclusief de manier waarop volwassenen naar hen kijken. Met Pubers bestaan niet vond Ontroerend Goed een vorm die de beide sporen in een zaalvoorstelling verenigden. De scène werd een speeltuin van theatercodes met de onontbeerlijke humor, relativering en de vrijheid om taboeloos te zijn.
Eind 2009 volgde met A Game of You het derde luik van de trilogie van individuele voorstellingen. Opnieuw krijgt het publiek mondjesmaat toegang tot een labyrint, waarin de grens tussen zelfperceptie en de perceptie van anderen vervaagt.
In mei 2010 gaat een tweede jongerenvoorstelling van Alexander Devriendt, Teenage Riot, in première in KOPERGIETERY. Teenage Riot behandelt de eenzaamheid en nood aan onbeperkt experimenteren van jonge tieners en giet die drang in een multimediale vorm.
Eind 2010 creëert Ontroerend Goed A History of Everything in coproductie met Sydney Theatre Company. De voorstelling wordt gemaakt in Sydney met Vlaamse en Australische acteurs. Ondertussen wordt er ook gewerkt aan Audience, waarin het publiek als schepper van beelden centraal staat.