De beslissingen over de eerste uitvoering van het kunstendecreet brachten een polemiek op gang over de toekomst van onze podiumkunsten. Die werd niet alleen uitgelokt door uitspraken over individuele dossiers maar vooral door een aantal expliciete beleidsopties, die minister Anciaux zelf als een 'trendbreuk' bestempelde en die in de sector de wenkbrauwen deed fronsen. Vooral de beslissing om een relatieve stop te zetten op de instroom van organisaties rond individuele kunstenaars, weekte forse reacties los.
Deze Courant komt hier en daar terug op de debatten van het najaar. Er zijn namelijk heel wat stellingen en hypotheses naar voren geschoven, die interessant genoeg zijn om aan een gedegen analyse te onderwerpen. Zo presenteren we een cijfermatige analyse, waarin we proberen het door sommigen gewraakte beleid voor de Grote Huizen in kaart te brengen. Maar in dit dossier ligt de klemtoon op de toekomst, omdat het stilaan tijd is om een stap verder te zetten. Hoe zal het podiumkunstenlandschap er uitzien, als het stof van de polemiek is gaan liggen? Wat is de impact van de beslissingen op de artistieke praktijk en de manier waarop die organisatorisch ondersteund wordt? Dat zijn de centrale vragen van dit extradikke Courant-dossier.
VTi start met een veldanalyse van de podiumsector. Els Baeten geeft aan hoe de bakens voor de analyse worden uitgezet.
Meer samenwerking in de kunstensector zou moeten leiden tot een beter gebruik van werkingsmiddelen. Maar onderzoek leert dat samenwerking frequent faalt of de gestelde verwachtingen niet inlost. Het ontwikkelen van een samenwerkingsverband vraagt bovendien tijd en extra middelen, stipt Nikol Wellens aan.
Joost Fonteyne doet het verhaal van Buda kunstencentrum: het samengaan van het festival Beeldenstorm, danswerkplaats Dans in Kortrijk en kunstencentrum Limelight.
Hans Bruneel en Hilde Teuchies van Het muziek Lod zien heel wat goede redenen om samen te werken: het optimaliseren van de creatie, de productie, de presentatie, de communicatie, ... Maar een paniekerig zoeken naar besparingen willen ze resoluut afwijzen.
In welke mate valt er een "beleid voor de grote huizen" te onderkennen? En maakt de subsidiënt hiermee effectief een einde aan de "heilloze versnippering"? Joris Janssens en Dries Moreels maakten een vergelijking tussen de budgetten van 2001 en de subsidiebeslissingen in 2006 voor de sector van de podiumkunsten.
Welke impact hebben de subsidiebeslissingen in het kader van het kunstendecreet op de internationale werking van onze podiumgezelschappen? Els Baeten en Joris Janssens geven een aanzet voor een analyse.
Ruth Collier over het belang van internationaal werken voor ZOO, het dansgezelschap van Thomas Hauert.
Jo Roets en Peter De Bie van theatergezelschap Laika over de planning van hun internationale werking met het perspectief van een tweejarige structurele ondersteuning.
Kristien De Coster (van Ultima Vez) geeft haar kijk op de internationale werking van de dansgezelschappen in Vlaanderen.
Welke repercussies hebben de recente subsidiebeslissingen op de praktijk van de podiumkunstenaars en het resultaat dat op de podia getoond wordt? We vroegen Marianne van Kerkhoven om de sector van stof voor een verdere discussie te voorzien.