Institute for the professional performing arts in Flanders
Documentation centre for theatre, dance and music theatre. Sectorial think-tank in a varied and international Flanders. Critical interface between theatre-makers, the public and the policy-makers.
Een overweldigend grid van TL-lampen beheerst de scène. In een strak kader van gelijkvormige vierkanten hangt het zachtjes opgloeiend boven het speelvlak. Te groot lijkt het voor de beschikbare ruimte. Te aanwezig om te negeren. Langzaam begint zich een patroon te ontwikkelen. Lampen flikkeren aan en uit. Steeds sneller, tot zich een logica in het lichtspel ontwikkelt die bijna organisch lijkt. De strenge formaliteit verdwijnt, en maakt plaats voor een visceraal, vibrerend leven.
De slag van Essling? Zegt u niets? Ah, maar misschien kent u dit historische wapenfeit van Napoleon beter onder zijn Oostenrijkse naam: de slag bij Aspern. Peu importe. Ik leg het wel even uit. Deze bizarre historische gebeurtenis uit 1809, die zich afspeelde tussen de twee dorpjes Aspern en Essling, kostte aan 40.000 mensen het leven. Maar terzelfdertijd werd deze slag zowel door Napoleon als door het Oostenrijkse leger als overwinning geclaimd. Een slag in het water voor beide legers, maar een geconstrueerde zegestrijd van hun respectievelijke PR-afdeling.
Lucas Vandervost tast de grenzen van het theater af in al zijn voorstellingen. Zo kan iedereen die al eerder voorstellingen zag van De Tijd het sobere decor schetsen nog voordat hij de zaal betreden heeft: een houten speelvloer op een lege scène en een hangende achterwand van beschilderd doek volstaan keer op keer. Nergens in de vormgeving worden pogingen gedaan om de illusie van een andere wereld dan de onze op te wekken. De tweede duidelijke handtekening van het Antwerpse gezelschap toont zich in de speelstijl van de acteurs.
Het theaterseizoen van NTGent opent dit jaar met Tien geboden, of althans met het eerste deel ervan. De laatste vijf geboden zijn, samen met een afsluitende marathonvoorstelling, voorzien voor het seizoen 2008-2009. Het stuk is, na bijvoorbeeld ook Het leven een droom van vorig jaar, een nieuwe samenwerking tussen de vaste ploeg van het Gentse stadstheater en het jonge acteurscollectief Wunderbaum.
Deze King Lear, een coproductie van Ro Theater en KVS, begint terwijl de zaallichten nog branden. De scène is symmetrisch ingedeeld: vanuit de orkestbak lopen enkele traptreden naar boven, die zich vervolgens over de hele breedte van de zaal uitstrekken, en dood lijken te lopen op een groot paars gordijn. Zowel links als rechts is er vooraan een klein vlak voorzien. De nar, met de grote ogen van Lukas Smolders, die angstig en wereldvreemd heen en weer blikkeren, staat op een van die laatste treden en speelt op een fluitje.
Hedda Gabler heeft alles wat haar hartje zou kunnen begeren en toch is ze ongelukkig. Zo zou je de klassieker van de Noorse toneelschrijver Hendrik Ibsen kunnen samenvatten. Het stuk werd geschreven in 1890 en wordt nu ruim een eeuw later nog regelmatig gespeeld. Bij toneelstukken die tot het repertoire behoren, wordt altijd de actualiteitsvraag gesteld: welke noodzaak is er nog om een tekst van 125 jaar oud op te voeren? 't Arsenaal heeft daar een eigen antwoord op gevonden. Het Mechelse gezelschap speelde vorig seizoen HEDDA in regie van Michael De Cock.
Een half uur voor aanvang van deze voorstelling zat ik in het café van de Vooruit. Iemand aan mijn tafeltje wierp een oog op het toegangsticket dat voor mij lag, en zei tegen haar partner: ‘Zelfs als het gratis was, ging ik daar nog niet heen.' Haar woorden waren nog net luid genoeg om voor mij hoorbaar te zijn, en er spande zich een web van grijnsgelach tussen ons drieën. Het is merkwaardig dat het jonge Gentse gezelschap Ontroerend Goed (hier bijgestaan door de Nederlandse collega's van Monk) al van bij voorbaat zulke hevige Pavlov-reacties weet op te wekken.